18. Oepke de Roos aan Oepke Noordmans
Amsterdam, 11 juni 1886
Waarde Neef,
Je brief heb ik onlangs ontvangen en ik moet erkennen, dat ik je wel wat lang heb laten wachten op een brief uit Amsterdam. De oorzaak hiervan is ook in mijn drukke studiën gelegen, nu ik voor mijn examen moet studeren. Ook heb ik weinig te schrijven. Het is echter altijd weer eens aardig elkaar eens te melden, hoe het gaat. Spoedig hoop ik mijn examen te doen; wellicht in de volgende week. Hier is het tegenwoordig soms zo warm, dat men bijna niet studeren kan. Gisteren heeft het hier verbazend geonweerd en daardoor is het vandaag weer veel frisser en dan kan ik ook beter werken. Jij moet zeker over een maand examen doen. Nu, dat zal wel gaan. Er is ook één van onze studenten overleden. Hij was één van de oudste studenten. Woensdag j.l. hebben wij hem naar het kerkhof gebracht. Aan het graf werd door één onzer professoren en door één der studenten zeer ernstig gesproken.1 Nu wil ik maar eindigen. Het gaat nu goed met mij. Ik ben gezond. Mijn hoofd is ook nogal fris. Ontvang de groeten van je neef, Oepke de Roos.
(AN)