22. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium, Zetten, 10 november 1886
Geliefde Ouders!
’t Is zeker al een hele poos geleden dat ik naar huis heb geschreven en ik had dan ook niet zoveel te schrijven. Doch vanmorgen kwam ds. van Lingen met de kwitantie, die hier bij in zit, bij mij en nu dacht ik er maar eens een klein briefje bij in te sluiten. De winter is nu al haast weer in ’t land en wij hebben de kachels al een poosje staan. Nu, zij zijn al weer te gebruiken. Zaterdagavond heeft prof. Hoedemaker1 hier een lezing gehouden over het verband tussen theorie en praktijk, beginsel en leven, in verband met de Vrije Universiteit en de volgende zondagmorgen heeft hij hier te Zetten in de kerk gepreekt. ’t Zal nu denk ik ook haast weer tijd worden dat de koeien op stal komen en dat er geslacht wordt; ’t is althans weer slachtmaand. Ik ben nog goed gezond, hetgeen ik ook van vader en moeder en al de anderen hoop. Doe de groeten aan Anna, Gep, Pier en Jaap en ontvang de hartelijkste groeten van uw u liefhebbende zoon
(Oepke)
(AN)