Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 1. Zetten

Weergave

3. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 2 september 1885

Lieve Oep!

Heden ontvangt gij D.V. deze eerste brief van uw vader tijdens uw verblijf in Zetten. Aangenaam was ons het bericht van uw welslagen1 waaraan ik trouwens ook niet twijfelde. Ook strekt het ons tot bemoediging dat gij u tamelijk op uw gemak gevoelt, zo God het wil, dan ook maar met het oog op Hem geslagen voort trekken op de ingeslagen weg. De God van de hemel kan en zal het u dan ook doen gelukken om tot het voorgestelde doel te geraken. Bij de ontvangst dezes is zeker het doosje met het horloge en ketting benevens de manchetknopen al door u ontvangen, ik heb vergeten er een sleuteltje te laten bijdoen, gij zult dat zeker in Zetten wel kunnen bekomen. Hebt gij de jas al ontvangen? Wij hebben vanaf Zetten een goede reis gehad, wij zijn twee nachten te Weesp2 gelogeerd geweest en hebben in de grote Amstelstad nog al het een en ander gezien dat wij mooi vonden, dinsdag zijn wij in de Artis geweest en hebben daar veel vreemde dieren gezien benevens prachtige zangvogels afkomstig uit de oosterse landen - het aquarium (zwemmende vissen) vonden wij heel mooi, hoe groot zijn uw werken, o Here, gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt, de aarde is vol van uw goederen (Ps. 104:24). En daarna hebben wij het panorama gezien (beleg van Haarlem).3 ’s Avonds zijn wij weer naar Weesp gespoord. Woensdag-namiddag te half zes zijn wij weer naar Amsterdam gespoord met Langhout en toen zijn wij nog in het panopticum4 geweest, waar wij de kunst van het namaken hebben bewonderd, beelden zo sprekend gelijkend van al de mannen van het Koninklijk Huis, de kamer van het koningsgezin, voorstellende Zijne Majesteit en Echtgenote en dochtertje, en verder de beroemdste personen als de drie levende keizers,5 de paus,6 Thiers,7 Von Moltke,8 Bismarck,9 Paul Kruger,10 de voornaamste dichters en schilders, enz., enz., alles levensgroot en nauwelijks te onderscheiden van levende mensen die in de verlichte zalen rondwandelen, maar toch, hoe sprekend nagemaakt, het bleef nagemaakt, het waren tenslotte maar beelden, en er was geen geest noch leven in. ’s Avonds om half tien zijn wij de Kalverstraat doorgegaan, hebben daar nog een kleine oploop van volk op de Dam ontmoet, die ons een ogenblik in gedrang bracht, maar waarvan wij achteraf gehoord hebben dat het niets te betekenen had en toen zijn wij per tram naar ds. Brouwer11 gereden, waar wij ’s nachts geslapen hebben. Lambers en Trijntje12 zijn bij de schoonzoon en dochter (nabij wonende) gelogeerd geweest. Donderdagmorgen tien uur zijn wij per stoomboot weer vertrokken. Op zee was het mooi weer en wij hadden dus een aangename zeereis. Te vijf uur kwamen wij te Harlingen aan waar wij tot 7 uur moesten wachten en toen zijn wij over Leeuwarden naar huis gespoord en kwamen ’s avonds te negen uur thuis en vonden alles in goede welstand, waarin wij ons ook nu nog mogen bevinden. Ook Lambers en Trijntje, die hebben wij gisteren bij oom Jan13 ontmoet, alsmede Van der Meer en Baaije.14 Oom Johannes15 is een kleine week bij ons geweest, hij is dinsdag weer vertrokken, wel was hij wat beter maar toch nog bezocht met reumatiek. Ontvang verder de hartelijke groeten van uw u liefhebbende vader, moeder, zusters en broeders, Oepke en Gep en Ietje, enz.

Uw u liefhebbende vader (D.P. Noordmans)

Lieve Oep,

Ik dank u wel voor uw hartelijke felicitatie. Aangenaam was het mij en ons dat wij weer een brief van u ontvingen en dat gij nog gezond en tamelijk wel temoede was, in den vreemde. U schreef, Oep, als u vleugels had dan kwam u eventjes thuis dinsdag, dat geloof ik gaarne. O, ik had u ook graag in ons midden gehad, maar dat kon natuurlijk niet, de afstand was te groot, is ’t niet Oep? Van der Meer en Baaije en Van Dijk16 zijn hier ’s avonds nog een poosje geweest. Nu zal ik maar eindigen, mijn zoon, in de hoop dat u deze in goede welstand moogt ontvangen. Na hartelijke groeten gedaan te hebben noem ik mij uw liefhebbende moe.

Schrijf spoedig eens weer, Oepke; de Heer zij met u.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 2 (30.8.1885).↩

  2. 2

    Bij Albert Langhout (1846-1938), eerste hoofdonderwijzer van de mede door DPN gestichte christelijke school te Oosterend tijdens Oepke’s schooljaren. Op advies van Langhout was het ook dat Oepke verder studeerde. Later werd hij hoofd der school te Weesp, waar Oepke in 1888 nog bij hem logeerde (zie brief nr. 40 (24.5.1888), n. 12). Zie over Langhout: J.C. van der Does’ Biografisch Woordenboek van het protestant-christelijk onderwijs (Zeist z.j.), 86v. en over de vriendschap tussen Langhout en DPN: W. Balke Heel het Woord en heel de Kerk (Kampen 1992), 127-136.↩

  3. 3

    Op 21.12.1880 was aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam het Panoramagebouw geopend. Als eerste doek werd daar het Beleg van Haarlem door P. Tetar van Elven geëxposeerd.↩

  4. 4

    Het Nederlands Panopticum in de Amstelstraat te Amsterdam 1882-1910; op de benedenverdieping bevonden zich een koffiehuis, restaurant, wintertuin en leeszaal; de wassenbeeldenverzameling stond op de bovenste twee verdiepingen opgesteld.↩

  5. 5

    De keizers van Duitsland, Oostenrijk en Rusland: Wilhelm I (1797-1888), koning van Pruisen 1861-1888, sedert 1871 tevens Duits keizer; Frans Jozef I (1830-1916), keizer van Oostenrijk 1848-1916 en koning van Hongarije 1867-1916; Alexander III Romanov (1845-1894), tsaar van Rusland 1881-1894.↩

  6. 6

    Leo XIII (1810-1903), o.m. de auteur van de beroemde encycliek Rerum Novarum (1891).↩

  7. 7

    L.A. Thiers (1797-1877), Frans staatsman en historicus.↩

  8. 8

    H.K.B. von Moltke (1800-1891), chef van de Pruisische generale staf.↩

  9. 9

    Otto von Bismarck (1815-1898), Duits staatsman.↩

  10. 10

    Paul Kruger (1825-1904), Zuidafrikaans vrijheidsstrijder en staatsman, president van Transvaal.↩

  11. 11

    B.H.D. Brouwer (1838-1901), chr. geref. pred. Krabbendijke en Rilland Bath 1872, Hellevoetsluuis 1874, Monster 1876, Huizen NH 1880, Amsterdam 1883-1899, sinds de hereniging van 1892 geref. pred., Oldebroek 1899-1901.↩

  12. 12

    Ds. H.C. Lambers (1851-1911), herv. pred. te Lettelbert-Enumatil, Rijperkerk, Schettens-Longerhouw, Rijperkerk, Hasselt, Eexta en Lunteren (1900-1911), was gehuwd met Trijntje Noordmans.↩

  13. 13

    Oom Jan = Jan Noordmans te Spannum, broer van DPN.↩

  14. 14

    Ate van der Meer was getrouwd met Baaije de Jong, dochter uit het eerste huwelijk van G. Noordmans-de Roos.↩

  15. 15

    Oom Johannes de Roos (1812-1891) te Wons.↩

  16. 16

    Hans van Dijk, theologisch student aan de VU was verloofd met Anna Noordmans.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 2. Oepke aan zijn ouders1. Zetten4. Jacob Noordmans aan zijn broer Oepke →