Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 1. Zetten

Weergave

42. Oepke de Roos aan Oepke Noordmans

Amsterdam, 19 juni 1888

Neef Oepke,

Het werd, dunkt me, ook eens tijd om je weer te schrijven. Ik moest je ook nog melden, dat ik verhuisd ben, zodat je voortaan de brieven naar een ander adres moet zenden. Tegenwoordig woon ik in de Potgieterstraat no 7. en wel met D. Tom.1 Wij hebben nu een veel groter huis en wonen zo goed als buiten. Ook kunnen we gebruik maken van een tuin, die bij het huis is. Nu en dan staan we daarin te kaatsen om weer wat op te frissen. Meen echter niet dat we suf zijn van het studeren. Want daarvan komt tegenwoordig heel weinig. De reden daarvan is het in juli te vieren feest van prof. Kuyper2 en zijn vrouw. Zij hopen dan hun zilveren bruiloft te vieren. Mijn vriend Tom en ik zijn daartoe beide uitgenodigd. Dit brengt ons nu heel wat drukte. Want er moet ook van onze kant iets gedaan om het feest op te luisteren. Zo zullen de studenten voorstellen een historische optocht, waarin Tom en ik de rol van watergeuzen bekleden zullen. Verder is mij opgedragen een oud-Friese boer voor te stellen. Ik moet dus ook een vrouwtje hebben in Fries costuum. Wie dat moet wezen, weet ik nog niet. Ook zullen dan enige liederen worden gezongen op twee stemmen. Om dit te kunnen, moeten we ons nu in de zang oefenen. Al die drukte, neef, trekt dus van de studie af, en dan is het moeilijk weer flink aan de gang te komen. Ook heb ik kortelings de familie van Tom eens opgezocht. Vier dagen heb ik daar met genoegen doorgebracht.3 En nu heb ik hoop tot juli nog eens flink te kunnen studeren. Daarom blijf ik hier dan maar, hoewel wij morgen reeds vacantie krijgen. Tom houdt mij gezelschap en dan is het wel uit te houden. Na dat feest denk ik dan naar Friesland te gaan om weer eens van de frisse lucht te genieten. Ik verlang daar nu reeds naar, want die drukte begint te vervelen. Vannacht kwam ik pas kwart voor drie te bed. Ik was uitgenodigd op een feest ter ere van de heer Wijers4 gegeven, die gisteren zijn kandidaatsexamen in de theologie heeft afgelegd. Verder worden er in deze week waarschijnlijk nog 2 examens gedaan, nl. door Wyminga5 het doctoraal en door Pel6 het kandidaatsexamen. Dus allemaal drukte. Als je mij voor de vacantie, d.w.z. voor jouw vacantie, nog eens wilt schrijven, zal het mij aangenaam zijn. Nu zal ik maar eindigen. Ontvang mijn hartelijke groeten, je neef

Oepke.

(AN)

Noten

  1. 1

    D. Tom (1867-1940), kamergenoot van O. de Roos, geref. pred. Charlois (1893), Sneek B (1895), Hilversum B (1898-1933); O. de Roos trouwde op 28.11.1889 met Johanna Tom te Moordrecht, zuster van Dirk Tom.↩

  2. 2

    Abraham Kuyper.↩

  3. 3

    Waarschijnlijk te Moordrecht.↩

  4. 4

    D.J.B. Wijers (1864-1923), geref. pred.↩

  5. 5

    P.J. Wijminga (1858-1913), geref. pred.↩

  6. 6

    R.H. Pel, zie brief nr. 12 (2.2.1886), n. 2.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 41. Oepke aan zijn ouders1. Zetten43. Ouders aan Oepke →