Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 1. Zetten

Weergave

51. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 7 oktober 1888

Lieve Oepke!

Heden wil ik op uw vraag1 kort antwoorden. Eerdaags verschijnt het weekblad De Gereformeerde Kerk,2 ik zal u dat blad D.V. per post geregeld toezenden, gij kunt er uw voordeel mee doen voor uzelf en anderen. Met de redactie van dat blad ben ik het in hoofdzaak reeds jaren eens: ik vertrouwd dus dat mijn gevoelen u daarin duidelijk zal worden voorgesteld. De circulaire3 wordt u hiernevens toegezonden en is geheel de uitdrukking van mijn gevoelen. Doch terzake - heden zal ik uw vraag slechts met wedervragen beantwoorden, welke vragen gij de jongens kunt voorleggen.

Vraag 1. Mag een dominee de kerk verlaten voor en aleer hij in eigen gemeente (waarover hij tot herder en leraar van God gesteld is) de handhaving der belijdenis heeft beproefd en in praktijk gebracht - hoe weet hij dat belijdenis en tucht niet mogen gehandhaafd worden?

2. Is de belijdenis der Nederlandse Hervormde Kerk rechtens afgeschaft - of wordt handhaving daarvan door de Reglementen verboden?

3. Of kan hij zich nog op die belijdenis beroepen als grondslag van eenheid en kerkgemeenschap van de Nederlandse Hervormde Kerk?

4. Of mag hij zich redden door te zeggen: als ik in dezen doe wat ik verplicht ben volgens de aard en het wezen der kerk, dan treden de kerkelijke besturen mij in de weg en verbieden mij om te doen wat ik volgens plicht en geweten moet doen?

5. Of mag hij zich behelpen met de uitvlucht: het helpt toch niet, er wordt mij toch geen recht gedaan?

6. Of moet hij in zulk een geval denken en handelen gelijk de arme weduwe en de onrechtvaardige rechter?

Op deze vragen teken ik aan: 1. Neen. 2. Neen. 3. Ja. 4. Neen. 5. Neen. 6. Ja. Verder vraag ik:

1. Mag een deel van de plaatselijke gemeente zich losmaken van een ander deel met hetwelk ze krachtens doop en belijdenis rechtens een is?

2. Of zijn misschien dat ander deel gedoopte heidenen?

3. Of kan men zich beroepen op het uittrekken van Israël uit Egypte en zijn de achtervolgers Egyptenaren?

4. Of moet men al degenen, die door doop en belijdenis tot de Nederlandse Hervormde Kerk behoren, vergelijken bij het van God afgeweken Israël, waarin de profeten steeds bleven vermanen tot boete en bekering - en terugkeren tot hun Verbondsgod?

1a. Mag een plaatselijke gemeente zich losmaken van het verband waarin ze staat tot andere gemeenten op grond van belijdeniseenheid en kerkgemeenschap volgens oud gereformeerd kerkrecht? Kan zulk een gemeente bewijzen nog te behoren tot de oude gereformeerde kerk onzer vaderen als een geheel gedacht alleen op grond dat ze getrouw is aan haar belijdenis? Met andere woorden: kan men bewijzen dat de autonomie der plaatselijke gemeenten is conform de kerkenorde van voor 1816? Bestaat de eenheid slechts in forma of ook in wezen?

Vragen 1. Neen. 2. Baptistisch. 3. Onschriftuurlijk. 4. Gereformeerd.

Laat de jongens deze vragen beantwoorden. Is het bevorderlijk tot reformatie, de kerk plaatselijk autonoom te verklaren en de band van belijdenis en kerkrechtelijke eenheid, die volgens gereformeerd kerkrecht bestaat, tijdelijk op non-aktiviteit te stellen - of zou niet juist nu die band hechter en sterker moeten gevoeld en gebruikt worden, om daardoor de kracht van de wederrechtelijke handelingen der besturen te breken door hen te wijzen op de organische wetten der kerk als grondwet voor hun handelingen en aan te dringen op reorganisatie der kerk, of zo de organisatie van 1816 door de kerk in zijn geheel als onwettig werd erkend, de kerk zelf op te dragen een wettige organisatie in het leven te roepen door samenstelling van classes, provinciale en nationale synode? Oordeel zelf. Fraai geredeneer, zal misschien iemand zeggen, maar dan komen wij er nooit. Wacht even vriendje, de hoofdman sprak van vensteren in de hemel - en des anderen daags vertrad men hem in de poort.4 Als het niet kan zo het moet, dan moet het maar zo het kan, zal een ander zeggen, de grote bijl er maar in, het heeft al veel te lang geduurd. Mag dit - is dit naar den Woorde Gods, zelf helpen, zij- en bijpaden inslaan, omdat wij op de geordende weg geen stap vooruit kunnen - uit het gareel lopen omdat de strijd van een te lange adem is, zou het goed zijn als God ons komt te onderzoeken? - doch het blad is vol; voorhands genoeg ter overweging en bespreking. Uw u liefhebbende vader

D.P. Noordmans.

De hartelijke groeten ook van uw u liefhebbende moeder. Ook van Anna, Jakob, Pier, Gep en Ymkje, Alles wel! Van der Meer zwaar verkouden.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 48 (30.9.1888).↩

  2. 2

    Dit blad zond DPN geregeld aan zijn zoon. ON schrijft in zijn ‘Brief inzake minderhedenvraagstuk’ (VW 5, 631): ‘Ik ben opgegroeid onder de orakelspreuken van Hoedemaker in de eerste jaargangen van De Gereformeerde Kerk, die van buitengewone kwaliteit waren.’ Het eerste nummer kwam in Zetten ook ds. van Lingen onder ogen (zie ON, Boekbespreking van G.Ph. Scheers Philippus Jacobus Hoedemaker, VW 5, 516).↩

  3. 3

    De circulaire waarin het verschijnen van De Gereformeerde Kerk werd aangekondigd.↩

  4. 4

    2 Kon. 7:2,17.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 50. Ouders aan Oepke1. Zetten52. J. van Rijs aan Oepke Noordmans →