Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 1. Zetten

Weergave

56. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, november 1888

Lieve Oepke,

Dat uw vorige brief wat arm was, daar bedoelde ik mee, dat ge niets schreef over de inhoud van mijn vorige brief, of namelijk de beantwoording uwer vragen u bevredigd had, noch over de inhoud der circulaire1 en van de couranten De Gereformeerde Kerk. Ik heb informatie genomen of ge met de kerstvacantie in Sneek kunt geplaatst worden, uw veronderstelling is juist. Er bestaat gelegenheid toe. Ik heb nu gelijk aan ds. van Lingen geschreven, dat gij D.V. met de kerstvacantie het gymnasium te Zetten gaat verlaten, en zijne eerwaarde verzocht u ter aanbeveling voor het gymnasium te Sneek zulke getuigschriften te willen verstrekken als hij oordeelde, dat gij u in betrekking tot uw vordering, ijver en gedrag hebt verworven. Ik meende dat gij reeds door ds. Krull2 in het bezit waart van een prospectus. Ik zal nu echter D.V. dinsdag zelf maar gaan naar de secretaris van het gymnasium te Sneek en zo ik er daar een bekom, dan zullen wij u die sturen met de muts. Gij vraagt naar Lambers inzake de doleantie. Ik had er maar met opzet over gezwegen. Hij heeft er echter meer dan genoeg van. Gij weet, Lambers is nog al goedig van karakter en het land heeft aan al dat kerkelijk gehaspel, hij wil liever, zoals Wouter Harms3 deed, een verkondiger zijn van het evangelie, doch hij wordt er ondanks zichzelf in betrokken en genoodzaakt handelend op te treden, en daar hij tegen de doleantie is, begrijpt gij het overige. Althans in het byzonder zal ik u desaangaande D.V. wel meer zeggen als ge thuis komt. Wat uw vraag betreft: Wat Rijnenberg4 doen moet, zie, dat hangt veel van de omstandigheden af. Die zijn verbazend verschillend, zodat men in zijn plaats zou moeten zijn, om te weten wat te doen. En daarbenevens is er ook een doen door laten, een voorshands lijdelijk berusten, totdat de Here de weg baant, waarin wij weer tot handelen geroepen worden. Toen de grote apostel Paulus tot de evangeliebediening werd toegerust, moest hij drie jaren in de woestijn van Arabië doorbrengen.5 En Luther moest op de Wartburg gevangen zitten om te arbeiden aan de bijbelvertaling, enz., enz. Wat de zaak echter in het generaal betreft - die wel onderscheidt, die wel leert - vooreerst dient men streng te onderscheiden tussen modernen en heidenen. Dit wordt thans veel over het hoofd gezien. Een gedoopte moderne is een lid van de gemeente en moet alzo behandeld worden, krachtens de doop heeft hij recht tot het bondzegel des Avondmaals, ja is hij daartoe zedelijk verplicht. Doop en Avondmaal zijn beide sacramenten van het genadeverbond en mogen niet gescheiden worden. De zonde van de moderne bestaat dus niet daarin dat hij het bondzegel gebruikt, maar daarin dat hij het ontheiligt door het ongelovig te gebruiken. Tot het gebruik is hij als een ingelijfde in het verbond volstrekt verplicht, en door de versmading acht hij het bloed van het Nieuwe Testament onrein, waardoor hij bij de doop geheiligd was en maakt zich dus schuldig aan de schrikkelijke zonde van de Christusverwerping, verre boven de heidenen. Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in de dag des oordeels dan de joden van Kapernaüm.6 Maakt nu echter de moderne zich aan deze schrikkelijke zonde schuldig, en verklaart hij dit openlijk voor de gemeente en volhardt hij daarin na...7

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 51 (7.10.88).↩

  2. 2

    J. Krull Azn. (1830-1910), herv. pred. te Spannum en Edens van 1870-1892, vader van A.F. Krull, zie brief nr. 47 (19.9.1888), n. 2.↩

  3. 3

    Waarschijnlijk doelt DPN op Claus Harms (1778-1855), luthers opwekkingsprediker te Kiel, wiens geschriften DPN bezat.↩

  4. 4

    S.A.C. Rijnenberg (1868-1931) was leerling van Zettens gymnasium 1881-1886, herv. pred. te Buurmalsen 1893, Wierden 1901, Hien en Dodewaard 1912 en Genderen 1920, overleden 25 oktober 1931 te Wassenaar.↩

  5. 5

    Vgl. Gal. 1:17.↩

  6. 6

    Luk. 10:14.↩

  7. 7

    Het vervolg van deze brief ontbreekt.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 55. Ouders aan Oepke1. Zetten57. Ouders aan Oepke →