62. F. Diemer1 aan Oepke Noordmans
Kampen, 9 december 1888
Waarde vriend!
Lange tijd hebben we elkaar niet geschreven. Wie eigenlijk ’t laatst geschreven heeft kan ik niet zeggen, maar bij deze zal ik de pen maar eens opnemen om u enige letteren te schrijven. ’k Heb ’t tegenwoordig erg druk want a.s. zaterdag heb ik tentamen. Dinsdag een week is de rectorale speech en daarna woensdag gaan we Kampens veste verlaten om naar Noorderstreeken ons te begeven. Ik heb gehoord dat gij naar Sneek gaat. ’t Lijkt me perfect toe, maar toch had ik liever dat ge hier in Kampen op ’t gymnasium kwaamt. Als ge in Sneek zijt moet ge me vooral uw adres spoedig zenden en zodra ge op ’t doek zijt gebracht, krijg ik natuurlijk een exemplaar. Hoe gaat ’t tegenwoordig op Zetten? Is altijd nog zowat ’t oude? Als ge soms zin hebt om de rectorale speech van prof. Bavinck2 te horen, dan komt ge dinsdag over een week maar hier. Van dinsdag op woensdag kunt ge bij mij logeren. Stufkens3 zal zeker nu wel op een andere kast gaan, als gij weggaat of krijgt hij een ander bij zich? Wat zal Wiersma.4 Komt die ook a.s. zomer in Kampen? Ja, waarde vriend, ’t is zondagavond en ik krijg zin aan eten. De koffie staat bij me op tafel en hiermee zal ik maar eindigen. Zijt dus gegroet van uw vriend
F. Diemer.
Groet ook vooral Stufkens en die overige klasgenoten met Gerte5 en Roorda jr.6 Wees zo goed en geef ingesloten briefje aan Bouke Roorda!
Salut.
(AN)