9. G.O. Noordmans-de Roos aan Oepke
Scharnegoutum, december 1885
Lieve Oepke,
ziehier een kleine versnapering te sinterklaas voor u, Oep. Zo u in uw briefje schreef was u nog altijd gelukkig gezond tot onze blijdschap waar wij ons ook allen in mogen verheugen. Va is nog wat verkouden, maar toch gezond. De tijd die nadert nu mooi, nog drie weken dan hopen wij u ook al in ons midden thuis te hebben bij ons. Ik geloof wel dat u de tijd wel eens uitrekent. Wij verlangen ook allemaal naar u. O, Oep, ik verlang zo u te zien en te ontmoeten. Het verblijdt mij, dat u Oep daar nog al wezen mag, hetwelk nu toch uw bestemming eenmaal is. De Here heeft Va en mij ook zeer gesterkt door zijn genade. U is nu zo ver af, bij die gedachte hadden wij ook de steun des Heren nodig. Wij hebben binnenkort ook een brief van O. de Roos gehad. Daar ging het ook goed mee. Die komt, denk ik, met een veertien dagen thuis. Die heeft ons ook al eens geschreven dat hij verlangend was u te ontmoeten met kersttijd. Hoe is het, Oep, heeft gij hem al eens geschreven, anders mag u het wel eens doen, hij heeft allang naar een brief uitgezien. U schreef, u hoopte een boel lol te hebben, Oep, met sinterklaas, dat zij zich dan allemaal verkleden, enz. Wees er vooral voorzichtig mee, krijg geen ongeluk. Meester de Jong en juffrouw zijn zondagavond bij ons geweest te koffiedrinken. Ik hoorde wel dat die snel eens naar een brief van u uitzag. Kan Oep nog niet eens voor u thuis komt aan meester schrijven? Van der Meer en Baaije, krijgen die haast ook weer een briefje, die zijn ook gezond en wel. Kleine Gep groeit ook lief. Die is sedert u weg is gegaan zo veranderd. Lambers en Trijntje zijn van plan voor kersttijd te komen logeren, wij verwachten ze spoedig. Lambers zal dan ook naar Assen en Rijperkerk en Lettelbert toe. Schrijf als u ongeschonden het tenminste goed ontvangen hebt, Oep. Va zal u wel schrijven hoe of de sporen rijden. Va wist dit nog niet te goed. Hiermede zal ik maar eindigen, Oep. Wij moeten koffie drinken. Het is 11 uur en in de hoop dat u dit alles in gezondheid moogt ontvangen en dat u bijgaande dat in de doos zit lekker mag opsmullen. Dat in het papier zit is van Anne hetwelk het briefje ook uitwijst, dat los in de doos zit, dat andere is van uw liefhebbende moe. De Here zij met u en zij u nabij en vergeet Hem niet, lieve Oep. Na de hartelijke groeten gedaan te hebben van Va en de kinderen en van Ietje en Germ en Baaije en Van der Meer. Ook ten slotte van uw liefhebbende moe
G.O. de Roos.
Als Oepke nu bij of na het ontvangen dadelijk of tenminste spoedig eens terugschrijft.
(AN)