101. Oepke aan zijn ouders
Wörishofen, 7 mei 1893
Geliefde ouders!
Het is hier koud. De sneeuw vliegt door de lucht. Gisteren heeft hier een beetje sneeuw gelegen. Dit wordt nu een doorgaande regen. Er komen de laatste tijd veel badgasten. Donderdag waren er 140 nieuwaangekomenen in het spreekuur van de pastoor. Ik sluit hierbij in een lijst van de laatst aangekomenen. Zoals gij zult zien, alle landen zijn er vertegenwoordigd. Fr. = Frankrijk. Böhmen = Bohemen. De gewone letters zijn buitenlanders. De meesten dragen alleen een hemd onder het vest. Dikke kleding belet de uitwaseming, maakt het bloed onzuiver, en bevordert daardoor de zenuwachtigheid. De lucht moet aan het lichaam komen. Zenuwlijders zijn hier zeer veel. Lammen en blinden. Ook worden er dikwijls genezen. In ’t kort allen die het overal gezocht hebben. Ook borstlijders. Maar voor ditmaal weer genoeg. Jaap en Pier moeten ook eens schrijven. Ik ontvang gaarne brieven. Gegroet, Uw
Oepke.
P.S. Het is verboden om minder dan vier kantjes te schrijven. Ik heb gaarne spoedig wat geld.
(AN)