91. Oepke aan zijn ouders
Wörishofen, april 1893
Geliefde ouders!
Nu is het een lelijk geval! Ik kan het hier onmogelijk drie à vier maanden uithouden. Ik verveel mij dood. Eén dag is een week. Eén week een maand. En ik ben tot de slotsom gekomen, dat één van beiden moet, of ik moet weer naar huis gaan, of er moet één komen om mij gezelschap te houden. Tussen die twee is geen uitweg. Ik ben ten einde raad, en zou erger worden in plaats van beter. Hoe moet het nu? Dat is voor mij natuurlijk een belangrijke vraag. Blijf ik hier dan kan ik later waarschijnlijk de studie voortzetten. Ga ik naar huis dan niet. Mankeerde mij iets anders, ik zou het doorstaan, maar nu zou het mijn toestand verergeren. Het zijn hier alleen Fransen en Duitsers. Gaarne had ik spoedig bericht terug. tt. uw liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)