Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 4. Utrecht

Weergave

140. Oepke aan zijn ouders

Utrecht, november 1897

Geliefde ouders!

Uw brief heb ik in goede welstand ontvangen. Ik wens Gep weer beterschap. Het weer blijft nog steeds bijzonder mooi. ’t Is alle dag nog zomer. Met mijn gezondheid gaat het goed. Zachtjesaan wat vooruit. Gaarne zou ik spoedig f 60.- hebben. Mijn geld is op. Met f 60.- zal ik het waarschijnlijk wel kunnen doen tot kerstmis. Brouwer1 heeft zijn tweede candidaats gedaan, cum laude. Bijzonderheden weet ik niet. Mijn dagen zijn zowat gelijk. Nieuws weet ik helemaal niet. Wat trekken die socialen er op los in de kamer!2 Spoedig hoop ik wel eens meer te schrijven. In afwachting en na groeten uw u liefhebbende zoon

Oepke.

(AN)

Noten

  1. 1

    A.M. Brouwer, zie brief nr. 115 (14.6.1897), n. 1.↩

  2. 2

    Betreft het optreden van de socialistische kamerleden in het debat over de koloniale begroting, waarin zij zich keerden tegen de Atjeh-oorlog, die op dat moment reeds 24 jaar duurde. Op 16.11.1897 hield het socialistische kamerlid H.H. van Kol hierover een indrukwekkende rede, door indiening gevolgd van een motie, waarin werd gepleit voor beëindiging van de oorlog. De bijdrage van Van Kol oogstte ook van christelijke zijde veel waardering, al volgde men hem niet in zijn stellingname. De volgende dag volgde een betoog van fractieleider P.J. Troelstra. Deze trok fel van leer tegen het regeringsbeleid en gaf de motie-Van Kol de betekenis van een motie van wantrouwen. Weer een dag later hield Troelstra nogmaals een toespraak, en wel op een toon die in de kamer veel kwaad bloed zette. Hieraan is het waarschijnlijk te wijten dat de motie met de afgetekende cijfers 72-3 werd verworpen. P.J. Troelstra (1860-1930), Nederlands socialistisch politicus en Fries dichter, medeoprichter van de SDAP (1893), lid van de Tweede Kamer 1897-1925.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 139. Ouders aan Oepke4. Utrecht141. Oepke aan zijn ouders →