142. Ouders aan Oepke
8 december 1897
Lieve Oepke,
Trotse bergen mogen wijken,
vaste rotsen eens vergaan,
maar Gods trouw zal nooit bezwijken.
’t Woord van God blijft eeuwig staan.1
Een kleine ontmoeting in het leven kan aanleiding zijn om ons veel in herinnering te brengen van wat al zo achtereenvolgens op onze levensweg heeft plaats gehad, en tevens dienen om ons weer te doen grijpen naar de vastigheid en onwankelbaarheid van de inhoud van bovenstaand versje. Hedennacht heeft Van der Meer bij ons gelogeerd. Hij kwam gisteravond 9⚑_ uur om reeds vanmorgen kwart voor acht uur weer te vertrekken. Hij had het in de laatste weken zeer druk gehad, en was zeer met zijn benoeming te Birdaard in zijn schik. Met Baaije bleef het echter nog ongeveer gelijk. Ook al aanleiding genoeg voor hem om te letten op al des Heren handelingen. Ik heb het land van hem gehuurd voor f 23⚑_ p.p.2 boven alle lasten, of, wat op hetzelfde neerkomt voor f 27 p.p. met korting der grondlasten. Voor hem een verlaging van f 7.- p.p. en toch had ik het nog f 2.- p.p. lager gewenst maar op nog meer afdingen zag ik niet veel kans. Althans ik heb er niet veel drukte over gemaakt. Het was mij tot bemoediging een schrijven van u te ontvangen dat over het geheel genomen gunstig kan genoemd worden, uw sobere berichten en kort briefje hadden vooral het vaderhart, dat zich o zo gaarne altijd aan de trouw zijns Gods verbonden gevoelde, weder onnodig in de klem gezet. Wij hopen u nu met een paar weken weer in huis te zien. Gisteren zijn Pier en ik naar Tzum geweest. Daar was alles thans in goede welstand wat gezondheid en ook wat de boerderij betreft. Wat de drukte der scheiding betreft, komt het mij rustig aan dat alles desbetreffende beeindigd is. Hoewel ik (ook misschien nog mede daarvan) nog op en af last heb van duizeligheid in het hoofd. Met Gep is het weer wat beter. Zij zit nu ’s morgens en ’s avonds telkens weer drie à vier uur bij ons in de huiskamer en ligt ’s middags drie à vier uren te bed. Haar gewone zitplaats heeft zij nog niet ingenomen. Gij bemerkt dus dat een korte keelontsteking en een paar dagen diarree haar weer veel krachten heeft geroofd. Overigens allen gezond en de boerderij en kippenboerderij u bekend. Verder geen nieuws van aanbelang. Van Jan Eringa heb ik antwoord gehad, en heb hem nog weer geschreven. Ik denk niet dat hij de brief nog had. Van der Meer was uw adres vergeten. Wij hebben het hem op zijn verzoek nog eens verstrekt. Hij had plan u te schrijven. De hartelijke groeten van uw u liefhebbende vader en moeder
D.P. Noordmans en G.O. de Roos.
Alsmede van Pier en Gep. Gerben...Jantje is een paar dagen naar Kesteren.3
(AN)