156. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Leeuwarden, 26 mei 1902
Amice,
Hartelijk dank voor felicitatie1 en brief. Wij gaan nu binnenkort de wijde wereld in, een heel eind van familiebanden af, op een vriendelijk plekje, tegen de duinen aan gelegen. Het dorp is ± 900 zielen, waarvan 700 tot mijn gemeente zullen horen, meest allen in de kom van het dorp wonend. De mensen zijn daar vriendelijk. Hartelijk, schreef mijn voorganger.2 Belangstellend ook, terwijl er toch merkwaardigerwijs vroeger moderne predikanten stonden en mijn voorganger noch modern noch orthodox was, (zegt men. Misschien zegt men dit later ook van mij?).3 Blijkbaar hebben die vroegere heren niet al te veel werk van de gemeente gemaakt, wat voor mij de taak misschien wat drukker, in elk geval dankbaarder maakt. De kerk is een grote bak, een middeleeuwse kruiskerk, waarvan maar 2/3 in gebruik is en toch nog wel drie maal te groot voor de gemeente. Dit is niet prettig. Het huis is flink: één verdieping, aan weerszijden van de gang drie kamers (waarvan één nogal donker; wordt rommelkamer) en de keuken apart ernaast: een zijgangetje langs. Een vrij grote tuin erbij en - schrik niet - ook nog een speciaal voor dominees-meditaties bestemd bos, dat zoveel hakhout oplevert, dat men er de kosten van onderhoud mee bestrijden kan. Ook is er op ’t dorp nog een slot, oorspronkelijk van Witte van Haamstede,4 met een aardig bos (niet van oude bomen). En langs de duinen is het heel mooi en op de duinen ook. Jammer dat de zee, het strand nog een uur van het dorp verwijderd is, toch ook wel [smout?]. Het grootste bezwaar is de lange reis, die naar wij hopen je niet zal afschrikken om ons toch eens te komen opzoeken. Van Rotterdam uit is het de prettigste reis: tram naar Numansdorp 1⚑_ uur, boot van dezelfde maatschappij naar de Zijpe ± 2 uur, tram naar Zierikzee ± 1 uur en dan nog rijden met een wagentje ruim 1⚑_ uur. Dit laatste is het vervelendste. Op de duur wordt de tram van Brouwershaven wel over Haamstede enz. Doorgetrokken, maar dit zal zeker nog wel drie jaar aanhouden. Ook kan men de reis van hieruit over Rozendaal maken en dan met de tram over Steenbergen naar Zierikzee. Dit laatste is voor aansluiting het veiligste. In augustus hopen we de grote stap te wagen. Dat loopt nu al hard aan. Daardoor is het druk aan de winkel met huishoudelijke besprekingen en inkopen, zo druk dat Bon5 er al niet te goed van is. Nu weet je er alles van, waarde broeder. Alleen nog: waarom ik niet eerder schreef? Sedert ik mij beroepbaar stelde (12 april) was het altijd zo druk, dat ik zelfs geen studieboek in handen heb gehad! Eerst allerlei correspondentie: ‘Van welke richting is u, eerwaarde heer?’, daar kon ik maar op antwoorden.6 Toen op reis naar Lichtenvoorde (Gelderl.) om daar 20 april te preken, naar Haamstede 27 april, daarna verhuizen (ik woon nu Maria Louisastraat 5 bij ’t nieuwe kanaal), 4 mei naar Wijnjeterp, de week daarop naar Scharnegoutum en met de vrouw naar Zeeland, waar we een paar dagen in Middelburg logeerden en toen naar Haamstede gingen ‘kijken’. Besluiten. Brieven schrijven. Visites maken. Inkopen doen. Nu eindelijk in zover rustig, dat ik deze week weer met de studie hoop te beginnen. ’t Lijkt er niet op dat ik met mijn dissertatie7 zou klaar komen. Niet voor de helft. Geduld is zulk een schone zaak, geeft mij evenwel niet veel vermaak. - En nu: de lente komt, de nachtegaal zingt, de bloemen bloeien. Ook voor jou. Als het examen voorbij is, het voorstel gedaan8 - helaas, zit ik dan hier; de huishouding verslindt al het geld - dan komt er ook wel weer oog voor wat er goeds is, zoveel goeds, in ’t leven. Met hartelijke groeten, ook van Bon, tt.
Nus.
Hoe ging het met De Hartog’s examen? Hoe is ’t met zijn hoofd? Promoveert hij in september?9 Heb je geen academienieuws, helemaal niks? Ik stel veel belang in ’t jonge leven: we worden toch al zo spoedig oud! Succes met ’t examen!
(AN)