161. Oepke aan zijn ouders
Haamstede, 22 september 1902
Geliefde ouders,
In mijn vorige brief schreef ik u dat ik nog niet wist of ik ook naar Haamstede)1 zou gaan of niet. Zoals uit het opschrift blijkt ben ik er wel heengegaan. Zaterdagmorgen om 7 uur ging ik van Poederoyen2 en ’s avonds acht uur was ik hier in Haamstede. Een lange tocht dus. Eerst ging ik met de boot naar Gorkum. Vandaar om kwart voor elf met de trein naar Rotterdam. Vandaar om twaalf uur met de boot naar Zierikzee. Daar kwam ik om zes uur aan. Toen moest ik nog twee uren in een rijtuig zitten. Dus een hele reis. Ik heb aan Klein, de postdirecteur, geschreven om mijn brieven hierheen op te zenden. Vanmorgen kreeg ik bericht uit Lunteren3 dat Sjoerdje meegaat naar Scharnegoutum. Ik zal dan op de terugreis nog in Lunteren aan moeten. Dat moest misschien toch wel, daar men niet in één dag van Haamstede naar Scharnegoutum kan komen. Hoe gaat het in Scharnegoutum? Wanneer ik thuis kom weet ik nog niet zeker. 5 october moet ik in Exmorra preken voor ds. Jansen.4 Ik moet de groeten doen van Brouwer en zijn vrouw. Ook nog van Smit5 en zijn vrouw. Die gaan maandag naar Friesland. ’t Is hier mooi in Haamstede. ’t Adres is: Haamstede (Schouwen). Na hartelijke groeten uw u liefhebbende zoon
Oepke.
(AN)