177. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 3 april 1904
Geliefde Oepke,
Hoewel wij de gehele winter door niet van huis zijn geweest uitgenomen l.l. eenmaal naar Van der Meer van ’s morgens 9 uur tot ’s namiddags 3 uur, zo zijn wij nu echter van plan in deze week van woensdagmorgen tot donderdagavond naar Oosterend te gaan logeren, en dewijl wij nu niet gaarne hebben dat gij nu juist zoudt komen, als wij uit zijn, temeer daar wij u steeds zijn wachtende, zo meen ik u dit even te moeten berichten. Verder is Betje1 een middag bij ons geweest en zei, dat Anne2 weer minder was. Wij wachten nu hiervan nader bericht en zo dit bericht niet gunstig is, en er in haar huishouding geen griep meer is, dan hebben wij plan (zo namelijk dit eerste uitstapje mij bevalt) om in de volgende week haar een bezoek te brengen en dan als het u gelegen komt ook een dag en nacht als logé bij u door te brengen, mocht dit door een of andere reden overgaan, dan hopen wij u spoedig eens bij ons te zien. Onze gezondheid is redelijk goed. Van harte gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder
D. Noordmans, G.O. de Roos.
(AN)