193. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 20 maart 1907
Geliefde zoon Oepke,
D.V. zullen moeder en ik in de volgende week, te beginnen op maandag 25 maart drie à vier dagen naar Oosterend bij Pier en Dieuwke gaan logeren, en hoewel wij u nu juist in de voorweek van Pasen niet zozeer verwachten, zo willen wij u toch van onze tijdelijke afwezigheid berichten, om te voorkomen, dat gij bij ons voor de gesloten deur komt. Na Pasen hopen wij u eens spoedig weer ten onzent te zien en te spreken. Dewijl wij in de regel (bij welzijn) geen drukke correspondentie houden, zo heb ik verder voor ditmaal alleen te melden, dat moeder en ik over het geheel genomen tamelijk wel zijn. Wel is er tussen vader en zoon zo ik vertrouw in hoofdzaak eenstemmigheid in zake onze belijdenis in betrekking tot ons geestelijk en eeuwig heil en ook zal er in ondergeschikte punten wel verschil bestaan, maar deze dingen komen tot dusver niet veel tot openbaarheid tussen ons. Desniettemin is ons wederkerig onderling vertrouwen reeds veel, en kan D.V. zo de Here ons nog enige tijd het leven spaart tot meerdere openbaring leiden. Voor een paar dagen las ik Romeinen, hoofdstuk tien, voortreffelijke inhoud, troostvolle waarheid, vaste grondslag onzer hoop enz. enz. Oom1 placht te zeggen: twee dingen worden mij van tijd tot tijd klaarder: het eerste is de vastigheid der verbondsgoederen en het tweede mijn betrekking daarop. Amen, zegt mijn ziel daarop. Hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans, G.O. Noordmans-de Roos.
(AN)