259. G.A. Wumkes1 aan O. Noordmans
Sneek, 15 april 1910
Waarde collega,
In een serie levensschetsen van Friese mannen, die hebben bijgedragen tot de ontwaking van nieuw leven in ons gewest, wenste ik ook het beeld te tekenen van J.P. Eringa te Edens,2 de grootvader der bekende predikanten.3 Tot zijn kring, waarvan hij de ziel was, behoorde ook Jacob Noordmans te Edens.4 Was hij niet de broer van uw vader? Ook een ‘tige man’.5 Kunt u ook nog een en ander van hem mededelen, eigenaardigheden, karaktertrekken, levenservaringen? Het kleine ‘Iens’6 was destijds een haard van nieuw leven voor die kontreien. Naast Eringa plaatste ik gaarne nog een paar geestverwanten, dan komt wat meer kleur in ’t geheel. Voor een levensschets van uw vader houd ik mij dan ook zeer aanbevolen.7 Hij is het waard. En ‘yn us eigen tael.’8 En wie kan dit beter doen dan de eigen zoon? Wilt u er eens over denken? Het Friese Réveil heeft zoveel te zeggen tot onze tijd die bedorven is door de geest van het intellectualisme. Wat tintelen de brieven van die mannen van geloofsleven. Kunt u in een paar halen mij ook schetsen het baksteen kerkje van Edens? Ik bedoel in enkele volzinnen, want ieder is geen tekenaar. Hoeveel mensen gaan er ongeveer in? Is de kansel sierlijk? Ook eikenhouten banken? Vergeef mij al deze vragen. Een historicus wordt licht onbescheiden. Gelukgewenst met het beroep naar Suameer! Met vriendelijke groeten Uw dw. collega
G.A. Wumkes.
(AN)