Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 7. Laren

Weergave

341. P.C. IJsseling1 aan O. Noordmans

Loenen, 24 maart 1923

Amice fraterque,

Reeds geruime tijd was ik van plan je te schrijven. Nu heb ik een schone gelegenheid en wil beginnen met je hartelijk geluk te wensen met je overgang naar de nieuwe gemeente.2 Een aardige lotswisseling, waarvoor je Gods goede hand zult gedankt hebben, gelijk je vrienden er zich over hebben verblijd. Het zal iets heel anders zijn dan Friesland. Wees er gezegend en ten zegen en moge voor jou en je gezin de gemeente Laren een goede plaats en aangenaam arbeidsveld zijn. Ik las je afscheid: van die belangstelling bij ’t scheiden en ook van ’t Classikaal Bestuur. Eigenlijk zette ik grote ogen op. Was je zo in de gratie gekomen? Ik vergeleek jouw toestand met de mijne. Ik heb ook verschillende malen minder prettige aanraking met het bestuur gehad, werd ook van de groene tafel een weinig gepasseerd: daar komt ineens juni l.l. een onverwachte en ongedachte verandering. Er waren vacatures en van ultragereformeerde zijde een afspraak en van de bestuurstafel een afspraak. De eerste verdrong de tweede en ineens werd ik toen als no. 3 door de vergadering min of meer contra De Lind van Wijngaarden3 gekozen tot lid en daarna tot praeses. Zomaar van achter de ploeg tot ja nu weet ik de historische finessen niet meer, ik zal maar zeggen tot - dictator. Daarom had ik ook in jouw geval schik. Een bestuursmens in de kwade zin zal ik nooit kunnen zijn: in de goede zin hoop ik onze goede kerk nog te kunnen dienen. Nog wel hartelijk dank voor je brieven verleden jaar. [...]4 Ik moest wel eens denken aan die dartele jaren in Makkums eerste periode, waaraan jij nog zo leuk herinnerde. Daarover moeten wij met de predikantenvergadering toch eens praten en lachen. Waarom zit je nou toch ook daar niet meer onder de gewone mensen? Je hebt dan het gevoel dat er afstand is gekomen. Enfin, we zullen zien. Verder zijn wij redelijk wel. Het was een drukke tijd, doch Pasen is in ’t zicht en lieflijk voorjaarsweer. Nu ga ik eindigen. Morgen tweemaal dienst. In de geest zal ik je gedenken. Ik zou je intree wel eens bij willen wonen. Weet je nog wel, dat ik met je Skuzumer intree slechts matig tevreden was? Ik beschuldigde je van filosofische omsluieringen. Destijds had ik gelijk, geloof ik. Veel groeten, Gode bevolen, je toegenegen P.C. IJsseling.

(AN)

Noten

  1. 1

    P.C. IJsseling, zie brief nr. 181 (16.12.1904), n. 6.↩

  2. 2

    Laren (Gld.), waar ON op 14.11.1922 werd beroepen in de vacature W.A. Hoek en op 25.3.1923 intrede deed.↩

  3. 3

    J.D. de Lind van Wijngaarden (1862-1939), zie brief nr. 123 (11.7.1897), n. 1.↩

  4. 4

    Hier is een persoonlijk gedeelte over IJsselings familie weggelaten.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 7. Laren7. Laren342. O. Noordmans aan D. Boer →