Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 7. Laren

Weergave

374. H. Visser1 aan O. Noordmans

Zwolle, 17 februari 1929

Amice,

Heb zeer veel dank voor je brief. Vele sympathieke brieven van bekenden en onbekenden uit allerlei kring kwamen in. Jouw schrijven gaf als gewoonlijk een eigen geluid. Het blaadje2 is met liefde geschreven en door velen met sympathie ontvangen en trouw gelezen. Het aantal abonnees nam nog eer toe dan af. Er zijn nu ± 1100 abonnees. Uit gebrek aan belangstelling behoefde het niet opgeheven te worden. Velen schrijven de opheffing zeer te betreuren. Er is blijkbaar plaats voor een dergelijke periodiek aangezien mijn vrouw3 nooit iets aan propaganda deed, waar ze trouwens wars van is. Mevrouw Knottenbelt-Palmboom4 te Bilthoven bood zich aan (zij het zeer schuchter) mijn vrouw op te volgen. Een paar zegden medewerking toe. Mijn vrouw wil niets forceren maar als het kan blijven bestaan, vindt ze dat wel prettig. Zij heeft haar kind lief. Laat uw vrouw die haar wel eens sympathiek schreef, eens een stukje schrijven. Mijn vrouw legt de arbeid niet neer omdat ze er genoeg van heeft. Integendeel. Als 1 september a.s. de 25 jaren vol zijn, zou ze gaarne die arbeid nog wat hebben voortgezet. Maar ‘Linquenda’5 is sober maar waar. Zij is reeds ruim 4 maanden ziek. Dat is iets ongewoons. We zijn bijna 27 jaar getrouwd en zij is eigenlijk geen dag ziek geweest, evenmin als ik, en zij heeft hard gewerkt. We zijn dus wel een gelukkig mensenpaar. Deze winter sprak ze wel eens over moeheid, niet meer zo goed voort kunnen, al liep zij de meeste mensen nog voorbij, maar schreef dat aan de leeftijd toe (ze is 62 jaar). In maart naar de dokter en deze trok een bedenkelijk gezicht en zei: ‘u moet als een oude dame gaan leven.’ En dat bleek ook heel spoedig. Zij takelde erg af en kon niet meer voort. Wat het is? Daar moet iets inwendigs zijn dat haar ondermijnt. Met overspanning heeft het niets te maken. Zij verwacht niet anders dan dat het ‘heengaan’ wordt. En ik geloof dat ook. Maar zij aanvaardt dat in stille berusting, ja met verheven kalmte. Aan grote woorden deed ze nooit en doet ze ook nu niet. Haar vaste grond ligt in Gods trouw. Er is alzo geen gedrukte stemming in huis. Ik ben ook in de Heer gerust. Maar de toekomst wil ik mij niet indenken; dat zal God ook wel maken, al zie ik niet hoe. De laatste zes weken zijn heel goed. Zij heeft geen noemenswaardige pijn, is helder van hoofd, kan weer veel lezen, niet lopen en zo goed als niet schrijven. Een paar maal per dag zit ze 1 1/2 uur op en deelt in alle dingen: geniet van de brieven, bloemen en vruchten, daar zij in de vriendelijkheden der mensen Gods goede hand ziet. Onze oudste dochter, bijna 22 jaar, was bij een familie in Utrecht en is nu in huis; eveneens de jongste van 19 jaar die pas een heel goed eindexamen gymnasium deed. De tweede is onderwijzeres in Beilen en komt elke zaterdag thuis. We geven ons in ’s Heren hand en trachten dat gedurig te doen. Mijn vrouw dankt u beiden zeer voor uw genegenheid. Zij weet van jou niet heel veel, maar blijft zich herinneren een preek van je in Workum over Gethsemané. Ik ken je beter en proefde in je schrijven de oude liefde. tt.

H. Visser.

(AN)

Noten

  1. 1

    H. Visser, zie brief nr. 189 (1905), n. 1.↩

  2. 2

    Voor Moeders↩

  3. 3

    Mw. Arnolda Visser-Gunning↩

  4. 4

    Mw. Knottenbelt-Palmboom te Bilthoven.↩

  5. 5

    Lat.: moetende verlaten.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 373. K.H. Miskotte aan O. Noordmans7. Laren375. J. de Zwaan aan O. Noordmans →