Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 7. Laren

Weergave

402. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Delden (O.), 25 juli 1931

Amice frater,

Van je schrijven begrijp ik niet veel. ‘De heer Evenhuis1 is bereid zijn ‘Ingezonden’ terug te nemen op de volgende voorwaarde’, enz.2 Dat lijkt er op, alsof ik er enig belang bij heb, dat de heer Evenhuis zijn ‘Ingezonden’ terug neemt! Mijn voorstel was het in ’t blaadje te plaatsen met een onderschrift van mijn hand. Dat de heer Evenhuis dus wel zo vriendelijk zou willen zijn ... onder voorwaarde ... interesseert mij persoonlijk niet. Dat hij het terug neemt, zou dan alleen moeten zijn omdat de zaak daarmee gediend is. Daar kan ik mij in vinden. Maar dan moet de heer Evenhuis niet menen, dat ik ‘bewuste misleiding heb verweten.’ Ik heb geen enkele kwalificatie gebruikt. Nu stelt de commissie van contact onzerzijds dus voor dat de heer Evenhuis ‘prof. Brouwer’s opmerkingen aan de hand van zijn notulen meent te moeten wraken.’ Daarop wil ik opmerken, dat het niet mijn opmerkingen meer waren, maar: 1. heb ik het stuk aan je zelf gestuurd (met een kleine bekorting; later is er nog iets bijgevoegd) en heb je het goed gevonden; 2. heb ik het stuk in de bestuursvergadering voorgelezen en is het bestuur er mee accoord gegaan. Ik wens daarom niet een voorstelling te accepteren, alsof ik onjuiste dingen heb geschreven. Dat zou dan voor het hele bestuur moeten gelden. Ook wens ik geen onrecht te bekennen, waar er geen onrecht van mijn kant bestaat. Het is mij daarom volkomen onbegrijpelijk, dat de commissie van contact mij voorstelt, op het voorstel van de heer Evenhuis in te gaan. Met vriendelijke groeten tt.

A.M. Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    R.B. Evenhuis, zie brief nr. 399 (2.6.1931), n. 7.↩

  2. 2

    Zie de brief nr. 403 (30.7.1931); In KO 1 (7.8.1931) nr. 10 verscheen in de rubriek Mededeelingen het volgende bericht: ‘Wij ontvingen een ‘Ingezonden’ van Ds. Evenhuis, nog eens naar aanleiding van Bilthoven. De commissie van contact enerzijds achtte voortzetting der polemiek ongewenst met het oog op de aanstaande installatie dier commissie. Ds. Evenhuis bleek bereid zijn schrijven te reduceren tot de verklaring, dat hij onze opmerkingen over het verslag van Prof. Haitjema moest wraken. Wij kunnen het door ons geschrevene niet terugnemen, maar geven hier eenvoudig acte van deze verklaring.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 401. R.B. Evenhuis aan O. Noordmans7. Laren403. A.M. Brouwer aan O. Noordmans →