410. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 5 maart 1932
Amice frater,
Deze week had ik je al even willen schrijven en stel het nu maar niet langer uit. Neen, er is nog geen oproep voor vergadering reorganisatie-commissie.1 Ik sprak onlangs collega Scholten,2 die ’t graag in de Paasvacantie zou hebben. Dan komt er nog een stukje rapport over de oude kerkorde, tot en met die van Dordrecht. Ik kan niet alles tot 18673 nog afwerken. Maar dit eerste is als correlaat van jouw advies4 ook al belangrijk om aan de commissie voor te leggen. Misschien zal de vergadering dan vallen in de week na Pasen. De reis-kosten betaalt Van Riet,5 maar Van Hasselt6 geeft daarvoor aanwijzing omdat Van Riet niet zelfstandig over de financiën mag beslissen. Nu is Van Riet secuur genoeg. Van Hasselt zal hem dus geen opdracht hebben gegeven. ’t Eenvoudigste lijkt mij daarom, dat je nu aan Van Riet even schrijft, dat je 9 januari die ... kosten gedeclareerd hebt, maar blijkbaar aan ’t verkeerde adres. Dan zal Van Riet wel zorgen, dat ’t in orde komt. Op 26 februari heb ik met Haitjema een kerkvergadering in Zwolle7 gehad. Hier heeft hij o.a. beweerd: de mensen die ons bestrijden (en waarschijnlijk moest ik ’t mij ook aantrekken) kennen ons reorganisatie-ontwerp niet;8 ‘zelfs de door mij hooggeschatte ds. Noordmans moest op een vergadering in Zutphen9 erkennen dat hij het ontwerp niet bestudeerd had en eigenlijk niet kende.’ Dit kwam mij en anderen met mij - die je lezingen voor de Volksuniversiteit10 hadden gehoord - wat apocrief voor. Haitjema liet ’t voorkomen, dat wie ’t reorganisatie-ontwerp goed las, geen oppositie kon voeren als ‘Kerkopbouw’ doet! Een afschuwelijk misverstand. En dat terwijl overal ‘handhaving der leer’ eerste werkzaamheid is en van Art. 86 af de hele leerprocedure uitvoerig is uitgewerkt.11 En dat niet bij ongeluk. De confessionele ds. A.M. Bloem, synodelid, helaas al overleden, heeft mij op de synode van 1930 verteld, dat hij Haitjema daarvoor gewaarschuwd had.12 Hij had gezegd: laat die leertucht er toch uit, want daarop zal het voorstel stranden; dat willen de ethischen niet. En hij voegde er merkwaardigerwijs aan toe (de oude ervaren confessioneel): ‘ik ben er ook niet voor dat de kerk uit elkaar gaat.’ Maar Haitjema had gezegd, neen, dat is inherent aan het kerkbegrip - (wat ik, Brouwer, ontken; een belijdende kerk behoeft niet procesmatige leertucht te oefenen; dat is een onjuist middel om de belijdenis te handhaven m.a.w. het verschil loopt niet over de vraag, of wij een belijdende kerk moeten hebben, maar over de vraag, op welke wijze de belijdende kerk haar belijdenis moet handhaven). En toen zei Bloem: ‘dat heb je zo van die jonge mensen, die gaan op een theorie door.’ Ik voel ’t dus in ’t geheel niet als een misverstand. De 2e secretaris van Kerkherstel, de heer P.W. de Vries van Oosterbeek,13 schreef 8 december in de Geldersche Post, dat met de leer bedoeld wordt: de drie formulieren van eenigheid die onverkort in de kerk gehandhaafd behoren te worden! Maw aanneming van het reorganisatie-ontwerp zou gelijk zijn aan overheersing van het confessionalisme. Schrijf mij nog eens, hoe dat zit met die vergadering in Zutphen (waarvan ik ook gehoord heb, dat Haitjema er geen steun vond), en wat jij daar gezegd14 hebt: over 14 dagen moet ik met Haitjema spreken en discussiëren voor de predikanten te Amsterdam15 en wil het ook daarom wel graag weten. Hierbij ook een stukje van een catalogus die mij een paar dagen geleden gestuurd werd: ik had je beloofd, op Augustinus te letten.16 Met hartelijke groeten, tt
A.M. Brouwer
(AN)