431. Ph. Kohnstamm1 aan O. Noordmans
Ermelo, 22 augustus 1933
Hooggeachte heer Noordmans,
Ik meen, dat de bedoeling is, dat wij de opdracht hebben, de conferentie met Kerkherstel2 verder voor te bereiden. Ik zie Brouwer morgen en zal het nog even met hem bespreken. Ik kom juist terug van een bezoek aan Duitsland, waar ik met de leiders van het zogenaamde ‘Bekenntnisfront’ in Westphalen gesproken heb. In verband daarmee zou ik u willen verzoeken, mij per omgaande te berichten, of gij deel zoudt kunnen en willen nemen aan een bespreking, te houden op 4 en 5 september in Duitsland op een nog nader te bepalen plaats, dicht bij de Nederlandse grens, op de basis van de hierbij in afschrift gaande uitnodiging. Zo ja, dan wil ik graag nog eens met U komen praten over aard en betekenis van deze conferentie. Wij kunnen dan tegelijkertijd mondeling uw vraag over christendom en psychologie3 bespreken. Schrijf mij in uw antwoord dan gelijktijdig, wanneer in de loop van deze of de volgende week mijn bezoek u schikt. Met vriendelijke groet, steeds gaarne uw dw.,
Ph. Kohnstamm.
(AN)