436. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans
Gorssel, 14 september 1933
Beste Noordmans!
Even ’n kaart, ’k Hoor dat ge morgen niet naar de Regenboog gaat. Waarschijnlijk kom ik ook niet. Verleden week maakte ik een vergeefse tocht per tram en bus en fiets daar naar toe. ’k Dacht dat er vergadering zou zijn en...had me een week verkeken. Ja, zo gaat het als men oud wordt. Maar - nu we elkaar daar niet zien moet ik toch even zeggen, dat ik je zeer dankbaar ben voor je ‘Massa en schare’, Algemeen Weekblad.2 Kijk, dat vind ik nu prachtig. ‘Gezinnen waar hij kwam, anderen waar hij kon komen.’3 ‘Mag de kerk ooit vergeten dat ze een apostolische was, voordat ze een episcopale en een presbyteriale was?’4 Man, ge verkwikt veel zielen met je geschrijf en zeker de mijne. Dan: je dochter was zo vriendelijk ons een kaart te sturen uit Engeland, maar het adres (= haar adres) was zo geëffaceerd dat ik het niet ontcijferen kan en haar dus niet even kan antwoorden. Wil je ze dat even zeggen en haar hartelijk danken? We vonden het bijzonder aardig even zo’n levensteken van de lady te ontvangen. Helaas is er nog niets van m’n pelgrimage naar het heilige Laren gekomen. Edoch, ’k blijf nog hopen, dat mijn voeten zullen staan in je heerlijk huis voor de sneeuw neer vliegt. Met hartelijke groeten van huis tot huis als steeds gaarne je vriend
J.H.C. Kamsteeg.
(AN)