440. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 4 oktober 1933
Amice frater,
Dank voor je uitvoerig schrijven over de bespreking van de contact-commissie.1 Het is wel zo, als wij ’t ons gedacht hebben. Bij sommigen van Kerkherstel twijfel ik, of het hun inderdaad om het welzijn van de kerk te doen is. Over ’t geheel lijkt mij ons ontwerp wel niet hopeloos, maar toch met weinig kans van slagen. Het zal mij verwonderen, als de vrijzinnigen in groot aantal voor zullen zijn. Of de middengroepen het vereiste stemmental zullen halen, is zeer de vraag. In elk geval kunnen wij de dingen nu rustig overgeven in ’t bewustzijn, dat wij hebben gedaan wat wij konden. Stevens is al naar Baarn2 om over de publicatie te spreken. Wij hebben afgesproken, dat het ontwerp niet eerder gepubliceerd mag worden, dan wanneer de brochure met jullie beider toelichting ook in druk is.3 Die moet dus nu eerst worden afgewacht. Dat vind je immers goed. Dan verschijnen beide stukken tegelijk: het ontwerp (ad f 1.25) + toelichtende brochure (ad f 0.50). Dan krijgen we de bespreking in de pers. Wij hebben in de Uitvoerende Commissie met Stevens zo afgesproken : de uitgevers zullen Stevens op de hoogte brengen als alles voor uitgave klaar is; Stevens stuurt dan aan de verschillende inleiders bericht: in de avond-editie van die datum moet de inleiding in de dagbladen verschijnen.4 Verder wordt een korte inleiding gestuurd aan ’t Christelijk Persbureau, opdat alle kerkbodes, enz., goed ingelicht zijn. Ik heb Wagenaar5 gevraagd dat nog te willen doen. Jij verzorgt voor ons een inleiding in het Algemeen Weekblad.6 Die komt dan misschien een paar dagen later, maar dat is niet zo erg. Dit stuk heeft toch ook zijn eigen geluid. Kerkvisitator of ‘deputaat’7 acht ik niet zo’n groot verschil. Alleen ligt mij ’t woord kerkvisitator veel beter. Die ‘deputaten’ doen mij gewild aan, wat nadoen van de ‘Gereformeerde’ kerken. De ‘huisgemeente’8 als overgangsbepaling gaat toch wel wat in tegen de gedachte van een hulpgemeente, als reddingsorganisatie, dat zal toch altijd nodig zijn. - En dan is mij de vraag of de richtingsvraag tijdelijk of permanent zal zijn, wel uit een heel andere gedachtenwereld komende, zo iets van de kerk der heiligen of althans formulierrechtzinnigen. Hier moet alles strak zijn. Maar is Jezus Christus het fundament en de belijdenis van Hem als Heer het samenbindende, dan is differentiatie onvermijdelijk en volgens mijn besef noodzakelijk, om elkanders eenzijdigheden aan te vullen of te neutraliseren. Alleen een kerk met spanning tussen de richtingen kan de volheid van Christus enigermate benaderen. Laten wij blijven hopen dat er iets van ons werk terecht komt. In elk geval: vergeefs is zulk een arbeid nooit. Al voor ons zelf niet. En in de kerk zal het toch zeker de geesten wakker maken (- ik hoop: goede en niet boze geesten -) en meehelpen tot bezinning. Alleen dit nog. Men wil in de pers een zakelijke bespreking. Prachtig. Maar hoe vind je nu de houding van Kerkherstel in ’t vraagstuk ‘De grote synode’. De heren vallen de synode van dit jaar aan dat zij de uitspraak der kerk als een vodje papier beschouwt. Ik toon aan dat hier een vergissing in ’t spel is en vertrouw dat Kerkherstel dit ruiterlijk zal erkennen. In ’t laatste nummer van Nieuw Kerkelijk Leven geen woord daarover9 (terwijl ik Evenhuis10 ook nog per brief hierover ingelicht heb, waarop hij ook nooit antwoordde). Dit is een houding die een Fries niet best zetten kan. Maar genoeg. Hartelijke groeten van huis tot huis, tt.
A.M.Brouwer.
(AN)