Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 7. Laren

Weergave

464. Ph. Kohnstamm1 aan O. Noordmans

Ermelo, 1 augustus 1934

Hooggeachte Heer Noordmans,

Veel dank voor uw inlichtingen omtrent de literatuur over Augustinus. Ik geloof, dat het een wijs besluit was van de Synode om de behandeling tot januari uit te stellen.2 Wij kunnen nu nog eens rustig overleggen, hoe men elkaar voor die tijd kan bereiken. Is het u geheel duidelijk, wat bedoeld wordt met het ‘duidelijker trekken van de presbyteriale lijn’ in het adres van Kerkherstel?3 Ik sprak er dezer dagen Aalders4 over en vroeg hem, of hij het mogelijk achtte, daaronder te brengen de huisgemeenten en art. 1 en 2.5 Beide scheen hem volstrekt onmogelijk. Dan komt dit adres er op neer, dat men eist de benoembaarheid van de ouderling tot visitator en moderator6 en het uitdrukkelijk opdragen van het ‘zitten op de leer.’7 Is dit inderdaad het geval, dan zou ik Evenhuis8 moeten bijvallen als hij zegt, dat door verwerping van die beide laatste punten Kerkopbouw de schuld van de mislukking zou worden. Immers, de verwerping van deze punten ter wille van het gaan in de episcopale lijn9 strookt m.i. in generlei opzicht met wat leeft in de kerk. Ik zou nu dan ook thans, resp. in het najaar, zeker een poging willen doen om in dit opzicht tot overeenstemming te geraken. Het is in deze zin, dat ik aan dr. Evenhuis heb geschreven, gelijk gij uit bijgaande copie10 zult zien. Ik weet echter niet, of hij nog, afgezien van zijn brief aan u,11 door zijn vertrek naar Indië,12 zich met deze zaak kan bemoeien. Ik heb er ook over gedacht, of wij ons wellicht ten opzichte van die ‘presbyteriale lijn’ direkt tot Haitjema moesten wenden. Misschien zou de beste vorm zijn, officieel daaromtrent een nadere exegese van het moderamen van Kerkherstel te vragen door bemiddeling van Oorthuys, resp. Oorthuys en Evenhuis.13 Graag hoor ik nog eens, hoe gij over dit alles denkt. Met vriendelijke groet, steeds gaarne uw,

Ph. Kohnstamm

(AN)

Noten

  1. 1

    Ph.A. Kohnstamm, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 4.↩

  2. 2

    Tijdens de gewone zomerzitting werd wegens de drukte besloten het rapport van KO te behandelen op een buitengewone vergadering, te houden op 8.1.1935. Een verzoek hiertoe was reeds in het najaar van 1933 door KO gedaan.↩

  3. 3

    Het adres van KH aan de synode in NKL. 4 (juli 1934) nr. 11, waarin o.m. het volgende: ‘Het verzoekt Uwe vergadering in het Ontwerp van de vereniging Kerkopbouw zodanige wijzigingen aan te brengen dat de presbyteriale lijn van een Gereformeerde Kerkorde, voor zover zij in dit rapport ontbreekt of schuilgaat, onverkort en klaar aan het daglicht trede.’ De presbyteriale structuur van de kerk was een belangrijk element in het reorganisatiestreven van zowel KH als KO. KO veroorloofde zich echter af te wijken van het klassieke presbyteriale systeem, terwijl KH dat juist voorstond. Zie voor de opvattingen van KH: Het reorganisatie-ontwerp van ‘Kerkopbouw’ beoordeeld. Uitgegeven vanwege het hoofdbestuur van het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel (Wageningen 1934).↩

  4. 4

    W.J. Aalders, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 7.↩

  5. 5

    De artikelen 1 en 2 van de Algemene Bepalingen in het Ontwerp KO: ‘Art. 1: De Nederlandsche Hervormde Kerk, als deel van de Eene Algemeene Christelijke Kerk, gebouwd op Jezus Christus als eenig fundament, heeft tot doel, in aansluiting aan hare historische belijdenis het Woord Gods te verkondigen. Art. 2: De verkondiging van het Woord Gods sluit voor al haar lidmaten, inzonderheid voor allen, die een ambt bekleeden, en voor al haar uitvoerende organen als taak in: 1. de zorg voor: de prediking van het heilig Evangelie, de bediening der heilige Sacramenten en wat verder tot den openbaren eeredienst behoort; 2. de herderlijke zorg voor haar leden tot opbouw in kennisse Gods en christelijken levenswandel; 3. de zorg voor de opleiding van de dienaren des Woords; 4. de zorg voor de belijdenis, opdat het geloof der Kerk in hare symbolische en liturgische geschriften steeds zuiverder tot uitdrukking kome; 5. de zending, in het bijzonder in het Koninkrijk der Nederlanden binnen en buiten Europa; 6. het onderhouden van betrekkingen met andere deelen van de Eene Algemeene Christelijke Kerk; 7. het getuigen van den eisch, dien Gods Gebod stelt ten aanzien van het leven van enkeling en maatschappij. Bij allen arbeid, die namens haar verricht wordt, heeft de Kerk tot plicht te waken voor de eerbiediging van haar karakter als Kerk van Christus.’ In de commissie van rapport voor de synode van 8.1.1935 werden pogingen tot amendering van het Ontwerp gedaan, waaronder ook deze beide artikelen vielen: artikelen die zo rechtstreeks naar de belijdenis verwijzen, behoren niet in een kerkorde.↩

  6. 6

    Volgens het Ontwerp KO zouden ouderlingen niet tot visitator of moderator gekozen kunnen worden. Daarnaast wilde KO niet dat de Classicale Vergaderingen met de tuchtuitoefening belast zouden worden. De kerkeraden en de Provinciale Synode zouden resp. zorgdragen voor de tucht over gemeenteleden en ambtsdragers. KH bespeurde in deze twee elementen in het Ontwerp KO ‘angst voor de ouderling.’↩

  7. 7

    R.B. Evenhuis, 1e secretaris van KH; zie brief nr. 399 (2.6.1931), n. 7.↩

  8. 8

    Hiermee wordt bedoeld dat de ouderling rechtstreeks de handhaving van de leer der kerk als taak krijgt toebedeeld i.p.v. een afzonderlijke visitator-moderator.↩

  9. 9

    Zie ON, ‘Presbyteriaal of episcopaal’, VW 5, 147-150.↩

  10. 10

    Ph. Kohnstamm aan R.B. Evenhuis: “Ermelo, 1 augustus 1934, Hooggeachte Heer Evenhuis, Laat mij beginnen met u hartelijk geluk te wensen met uw benoeming aan de school voor de hogere theologische opleiding in Indië. Het is ongetwijfeld een prachtig arbeidsveld. Ik hoop zeer, dat het werk daar u grote voldoening moge geven. Voor de ontwikkeling van het kerkelijk vraagstuk in ons eigen land heeft uw besluit, naar Indië te gaan, m.i. wel nadelen, want ik heb de hoop nog niet opgegeven - zij is integendeel door het synode-besluit weer wat groter geworden -, dat er toch nog overeenstemming te bereiken zal zijn. In het bijzonder heb ik mij verheugd over het adres van Kerkherstel aan de synode, gelijk ik dit afgedrukt vond in Nieuw Kerkelijk Leven van juli. Immers, tenzij ik mij vergis in de bedoeling van de conditie “dat de presbyteriale lijn...onverkort en klaar aan het daglicht trede”, schijnen mij daar hoofdzakelijk, of wellicht zelfs alleen, die punten te zijn bedoeld, waaromtrent wij in de Commissie van Contact vrijwel tot overeenstemming waren gekomen. Ds. Noordmans heeft mij bericht, dat gij zeer teleurgesteld waart over de gang van zaken na onze bespreking. Ook mij heeft het moderamenbesluit, genomen gedurende mijn verblijf in het buitenland, teleurgesteld. Maar gij moogt toch niet over het hoofd zien, dat wij nog geen enkele mededeling van het moderamen van Kerkherstel bezaten, waaruit bleek, dat Kerkherstel zich kon verenigen met het door u en de heer Oorthuys ingenomen standpunt. Ik kan dan ook geenszins inzien, dat de Commissie van Contact thans haar taak als geëindigd kan beschouwen. Integendeel, met het oog op de behandeling in buitengewone synode acht ik overleg meer dan ooit gewenst. Heel graag zou ik van u horen, wanneer gij naar Indië zult vertrekken en of gij voor die tijd nog gelegenheid hebt om u bezig te houden met de zaken van Kerkherstel. En zo neen, wie dan uw plaats in onze commissie zal innemen. Gaarne uw berichten tegemoet ziende, met vriendelijke groet, Uw dw. Ph. Kohnstamm.”↩

  11. 11

    Zie de brieven nr. 458 (17.6.1934) en nr. 465 (1.8.1934), n. 7.↩

  12. 12

    Wegens (mogelijke) aanstelling van R.B. Evenhuis aan de Hogere Theologische School in Indië.↩

  13. 13

    Als representanten van KH in de commissie van contact.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 463. J.H.C. Kamsteeg aan O. Noordmans7. Laren465. R.B. Evenhuis aan O. Noordmans →