172. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 28 maart 1903
Lieve Oepke,
Reeds enige dagen hadden wij uitgezien naar een brief of persoonlijk bezoek van u, nog maandag en dinsdag hadden wij gehoopt. Woensdag was het catechisatie, nu zal het deze week, dachten wij, nog wel weer overgaan, en nu konden wij de verzoeking niet weerstaan om bij het mooie weer een paar dagen weg te gaan en ziet nu kwaamt gij. Het spijt ons dat het nu juist zo moest treffen, daar wij anders altijd thuis zijn. Gaarne zien wij dat gij uw komst spoedig zult hervatten. Mogen wij u in de éérstvolgende week verwachten? Bij Jakob en Pier was alles in goede orde. Zij hebben verzocht u te groeten als gij kwaamt. Ook bij ons is alles redelijk wel, hoewel het uitgaan mij ditmaal niet zo goed beviel als bij u l.l. bij de bevestiging. Enerzijds is het goed voor mij omdat het aan het eentonige van het stille leven variatie geeft maar toch is het anderzijds vermoeiend. Zijt verder hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder
D.P. Noordmans, G.O. de Roos.
(AN)