Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam 1903-1910

Weergave
Passages naar Readwise sturen

188. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Haamstede, 30 november 1905

Amice,

Even alvast begonnen met een antwoord op je brief, misschien dat ’t eerst veel later verzonden wordt. De kwestie loopt over drie richtingen onder de orthodoxen, waar jij er vier zou willen onderscheiden, is ’t niet?

1. Ik geef slechts weer wat De la Saussaye1 er van zegt. Hij onderscheidt zeer beslist slechts drie. Zie diss. 97 nt. 1 en blz. 100.2

2. Wat jij ’t gereformeerde volk noemt, brengt De la Saussaye onder bij de donatistische of separatistische richting, cf. diss. 97 midden.3 Een dergelijke onderscheiding, hoe wenselijk ook, blijft m.i. altijd gebrekkig, omdat een “Durchschnittsbaptist” of een “Durchschnittsjuridisch-confessioneel” niet bestaat.

Ik bedoel dit. Stel eens drie hoofdkenmerken voor de donatistische of separatistische richting, die ik noem a + b + c. Stel ’t zelfde van de juridisch-confessionelen d + e + f. Dan zal er hoogstwaarschijnlijk nooit een individu gevonden worden, waarin men die hoofdkenmerken zonder meer vindt. Maar de heer A = a + b + d, wordt ondergebracht onder I; de heer B = a + b + d + e, hoort zowel bij I als bij II; de heer C = a + c + h, enz. Dat varieert tot in het oneindige.

Ik zie daar bij ’t naslaan van EV II,4 dat De la Saussaye zelf ’t zelfde beweert blz. 434: ‘Ieder beeld is een abstractie uit het geheel; de werkelijkheid is zo gecompliceerd, dat zij niet onder een beeld te brengen is.’

Separatisten + juridisch-confessionelen geven een samengesteld ziektegeval.5 Hiertoe heb ik gebracht de kinderen van La Crise.6 ’k Meen dat dit geheel in de lijn van deze redenering ligt en dat ik die predestinatie-redeneringen-lievende jeugd daarmee niet op rekening van de juridisch- confessionelen alleen stel. In deze beweer ik ook niet, dat zij de doop verachten.

Hierover spreek ik diss. blz. 116 midden,7 doelende op donatisten en separatisten als De Liefde, cf blz. 120 midden.8 Op dit punt kan ik daarom de onjuistheid nog niet toegeven. Wel geef ik toe, dat een samenvattend overzicht als ik heb trachten te geven de fijne nuanceringen van het oorspronkelijke teloor doet gaan. Dat heb ik bij mijn studie zelf altijd betreurd, maar ’k heb mij getroost met de - misschien onjuiste? - gedachte, dat waar men van veel fijn goud een goudklomp tracht te maken het fijne noodzakelijk weg gaat. Welk beeld in zover mank gaat, als dat men hier ook het fijne, verspreide goud buiten mijn samenvatting nog behoudt. Anders zou die goudklompbewerking veel op vandalisme lijken. Nu wil mijn studie niet anders zijn dan een gids tot De la Saussaye, niet een vervanging van zijn werken. Daarom met opzet ook mijn wens op blz. 320.9 Voor verdere op- en aanmerkingen houd ik mij ten zeerste aanbevolen. Wij kennen elkaar te goed, om beleefdheidshalve elkaar maar gelijk te geven. Jij mij niet, maar - ik jou ook niet voetstoots. En zo redeneren wij ook nog eens per post.

Ik ben hier van alle meer wetenschappelijke redenering buiten gesloten. Geen predikanten-vergadering, geen ringlezing, geen studerende of zelfs denkende collega’s (d.w.z. niet wetenschappelijk denkend). ’t Enige excuus hiervoor is dat wij hier feitelijk tegenover ’t materialistisch liberalisme staan, waartegenover alle fijnere redenering geheel nutteloos is. In de harten der mensen ’t besef weer levendig te doen worden dat God bestaat, is eigenlijk onze voornaamste taak. Afstand en afgelegenheid doet daaraan ’t zijne toe. Er is tegenwoordig een Zeeuwse broederkrans van predikanten, ik meen tweemaal in ’t jaar te Goes, maar die te bezoeken kost mij altijd f 10.- per keer. Dit kan eenvoudig niet. Zo zwemmen wij in onze ring ook in een alles overstemmende Gemütlichkeit rond, blij dat we elkaar weer eens zien, en ook ons hart eens luchtend over al de bezwaren die in de gemeente zich voordoen. Eerlijk gezegd komt er bij mij dikwijls een verlangen naar ’t pittige Friese volk boven en naar wat ruimer horizont dan de hier door duinen en dijk begrensde van ons eiland. Daar staat echter ook weer veel zegen tegenover ... (hunkert) naar ’t geen hij zien zal, verlangt terug ’t geen hij eens zag ... rust mijn ziel, uw God is koning ...10

10 december.

Intussen sta ik op ’t twaalftal te Meppel. Een schoon begin! Ze zeggen hier op ’t dorp, dat ’t begin is van ’t weggaan. Maar daar moet ik eigenlijk niet aan denken. ’t Gaat tegenwoordig in de gemeente ook goed - ’k kreeg intussen ook nog een briefkaart van prof. Bavinck,11 voorlopig antwoord op een brief van me, waarin hij zegt, met ’t voorwoord van prof. P.D. Chantepie de la Saussaye12 geheel eens te zijn. Dit vind ik nogal aardig, juist van hem. - zeg, zou je mij misschien dat nummer van de Volksbode13 met Wagenaar’s14 aankondiging ook kunnen zenden? Ik heb er Wagenaar zelf om geschreven, maar ik krijg het maar niet en toch ben ik er nieuwsgierig naar. - De boeken heb ik intussen ook in alle orde ontvangen. Hartelijk dank. Drukke maand, hè? Huisbezoek en dan dat onnoemelijk aantal keren preken! ’t Is onzinnig eigenlijk, onze “gereformeerde” feestviering. Je preekt elkaar suf. We hebben ook nog een kerstfeest voor onze zondagsschool, ’t eerste Kerstfeest, maar daar zit Bon vooral voor. Ik ben in dit opzicht zuiver episkopos. Hartelijke groeten, ook van Bon, tt.

Nus.

(AN)

Noten

  1. 1

    D. Chantepie de la Saussaye (1818-1874), hervormd theoloog, met J.H. Gunning grondlegger van de ethische theologie, Waals predikant te Leeuwarden 1842, Leiden 1848, herv. pred. te Rotterdam 1862, hoogleraar dogmatiek te Groningen 1872-1874.↩

  2. 2

    A.M. Brouwer Daniël Chantepie de la Saussaye. Eene historisch-dogmatische studie (diss. RUG 1905). Brouwer stelt: ‘De la S. zag onder de orthodoxen van de jaren 1850-’60 in hoofdzaak drie stroomingen: de donatistische of separatistische, de juridisch- confessioneele en de medische’, 97; De la Saussaye handelt in een brief aan Valeton Sr. over de drie orthodoxe stromingen en zegt van de medische: ‘la nôtre, la plus petite en nombre, intellectuellement la plus puissante, mais faible par un certain aristocratisme pastoral ou théologique, qui nous fait craindre l’apparence de solidarité avec les deux premières. - Je crois que c’est notre péché. Je crois que justement à cause de cette supériorité spirituelle nous ne devons pas craindre le contact avec les autres et que certainement nous pourrons gagner la seconde (= de juridisch-confessionelen) et vaincre la première’ (= de separatisten), 100.↩

  3. 3

    Brouwer, a.w.: ‘De beide eerste stroomingen noemt hij krankheden, waarvan de eenzijdig-gemoedelijke richting van het separatisme eigenlijk alleen in de Nederl. Hervormde Kerk thuis hoort, als eene endemische krankheid; waarschijnlijk eene reactie tegen de verstandelijke eenzijdigheid der Gereformeerde Kerk, waardoor men zich in den mystischen nevel van het gemoedsleven terugtrok. Door de leer der uitverkiezing, die het middelpunt is van de Gereformeerde Kerk, komen velen tot volstrekte verachting der middelen enhet uitsluitend letten op de inwendige toestanden des gemoeds. Men begint met de leer der algemeene aanbieding des heils tot eene bloote, Gode geheel onwaardige vertooning te verlagen. In hun oog is er geen grooter ketterij denkbaar, dan dat Christus zou gestorven zijn voor allen, dus ook voor degenen die verloren gaan, en dat de H. Geest zou kunnen weerstaan worden. Dan toch, meenen zij, zou Christus’ bloed voor niet gestort en de H. Geest niet almachtig zijn. Dit, beweren zij, komt de eere Gods te na, etc.’, 97v.↩

  4. 4

    In ‘De krankheden in de Nederlandsche Hervormde Kerk’ in: Ernst en Vrede. Maandschrift voor de Nederlandsche Hervormde Kerk 2 (1854), 434.↩

  5. 5

    ‘eene endemische krankheid’, zie het citaat in n. 3. De la.Saussaye beschouwde de separatistische en de juridisch-confessionele richting als ‘krankheden’. De tweede, die B. in zijn dissertatie ook aanduidt als ‘de eenzijdig-verstandelijke richting van het orthodoxisme’ (99), is volgens hem afkomstig uit de Lutherse kerk.↩

  6. 6

    Brouwer, a.w. 97 n.1; D. Chantepie de la Saussaye, La crise religieuse en Hollande. Souvenirs et Impressions (Leyde 1860): ‘Il n’est pas rare qu’on trouve dans ces parties de la population des enfants en bas âge, très étrangers encore à l’histoire de la bible, mais versés déjà dans les doctrines de l’élection, de la grâce irrésistible et de la persévérance des saints. Mépris du baptême, négation du caractère chrétien de la société, confusion du péché humain avec le péché satanique, - telles sont en somme les tristes manifestations de cette maladie.’↩

  7. 7

    Brouwer, a.w. 116: ‘Uit het miskennen van de historische ontwikkeling der kerk ontstaan die verschillende secten, die het in de kerk aanwezige bederf aanmerken als het verderf der kerk en het teeken harer veroordeeling. Hun gemeenschappelijk kenteeken is verwerping van den kinderdoop, noodzakelijk gevolg van de verwerping van het opleidend en opvoedend karakter der kerk. De Geest leidt door het woord in het woord.’ De la Saussaye was tijdens een vergadering van de Réveilkring der ‘Christelijke vrienden’ (1845-1854) in 1854 met J. de Liefde in conflict geraakt over diens sektarische kerkbegrip. De Liefde bestreed in een aantal stellingen de NHK op felle wijze. De la Saussaye kreeg veel bijval met zijn protest tegen de beledigende inhoud, waarop De Liefde de vergadering verliet. J. de Liefde (1814-1869), doopsgezind predikant te Woudsend 1837, Zutphen 1839-1845 (ontsl.), evangelist en leider van een seminarie van evangelisten te Amsterdam 1849, stichter en predikant van een Vrije Evangelische Gemeente te Amsterdam 1856-1862, publicist te Londen 1864-1868, oprichter van de Vereniging Tot heil des volks (1855). De Liefde is auteur van schoolboekjes, kinderverhalen en geestelijke (kinder-)liederen als ‘Daar gaat door alle landen’, ‘Klokje klinkt’ en ‘Van u zijn alle dingen.’↩

  8. 8

    Brouwer, a.w.: ‘In deze stellingen werd een forsche aanval de op juridisch-confessioneelen gedaan, maar dat vooral ds. J. de Liefde, een veelzijdig begaafd man, zich in zijn denkbeelden getroffen voelde, is te begrijpen. Als Doopsgezind predikant te Woudsend begonnen (sept. 1837) en al spoedig naar Zutphen beroepen (febr. 1839), waar hij, bij minnelijke schikking in oct. 1845 zijn ontslag kreeg, heeft hij daar een ‘Apostolisch-Christelijk afgescheiden gemeente’ gesticht (1845), waarbij hij het doopsgezind begrip van gemeente (als een op zich zelf staand geheel van wedergeboren belijders zonder kerkformatie) behield. Later had hij een zeer afwisselend leven, stichtte o.a. te Amsterdam eene Vrije gemeente (1856). Voor de Hervormde kerk achtte hij den juridischen weg noodzakelijk en zag in het ‘medische’ streven der predikanten slechts halfheid en lafheid. Er moest een openbare breuk tusschen belijders en bestrijders komen’, 120; ‘Zijn oordeel over de Hervormde Kerk vatte hij op de vergadering van oct. 1854 aldus samen: ‘De ernstige overweging van elk Christen verdient de vraag, of en in hoeverre het oorbaar is, bij te dragen en te bidden voor de instandhouding van een instituut, dat voor het verreweg grooter gedeelte meer leugen dan waarheid onder het volk verspreidt en mitsdien meer zielen vermoordt dan behoudt’’, 120, n. 2.↩

  9. 9

    Brouwer, a.w.: ‘Toch voed ik de hoop, dat mijne studie tot een billijker oordeel over de la Saussaye zal medewerken dan in den regel over hem geveld wordt. Misschien ook dat er voor de jongeren een aansporing in gevonden wordt om, met dit boek tot grondslag, zelf de la Saussaye’s geschriften te bestudeeren, wat zij door hun grooten rijkdom en het ruime, onbevangen oordeel, dat er uit spreekt, in de hoogste mate verdienen’, 320.↩

  10. 10

    Laatste twee regels van Ev. Gez. 22:2, gevolgd door de eerste regel van vs. 3.↩

  11. 11

    Zie brief 157 (13.6.1902), n. 8.↩

  12. 12

    P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920), hervormd theoloog, zoon van D. Chantepie de la Saussaye, hoogleraar godsdienstwetenschap UVA 1878, hoogleraar RUL als opvolger van Gunning 1899-1916 (encyclopedie, geschiedenis van de leer aangaande God en zedekunde), schreef een inleiding bij de handelseditie van de dissertatie van A.M. Brouwer.↩

  13. 13

    De Volksbode van 17.11.1905.↩

  14. 14

    G.H. Wagenaar (1866-1944), herv. pred. te Aalsmeer 1890, Leeuwarden 1895, Rotterdam 1907-1934, redacteur De Volksbode, redactielid van De Gereformeerde Kerk.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 187. Ouders aan OepkeIdsegahuizum en Piaam 1903-1910189. H. Visser aan O. Noordmans →