196. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 17 juli 1907
Geliefde zoon,
Hiernevens zenden wij u zestig gulden. Wij wilden u dit jaar een blijvend aandenken geven op uw 36ste geboortedag. Gij spraakt l.l. over een paar gemakkelijke zitstoelen, meteen geschikt tot versiering van uw woonkamer, ons dacht, daartoe deze gelegenheid te baat te nemen. Mocht de prijs der stoelen van uw keus hoger zijn, voeg dan het ontbrekende s.v.p. bij op onze rekening. De Here zegene u verder op uw levensweg en in uw ambt als bedienaar des evangeliums. Hij geve dat velen door uw prediking mogen worden toegebracht tot, en opgebouwd in het koninkrijk Gods hier op aarde. Met veel aangenaamheid denken wij nog terug aan ons zijn ten uwent. De reis vice versa was zeer gemakkelijk en zonder hinder. Ook het zijn ten uwent heeft mij (hoewel koud) geen merkbaar letsel gedaan. De eerste week was ik zelf goed helder en fris, maar de volgende maandag moest ik naar Sneek en dinsdag hebben wij een kijkje bij Pier en Dieuwke genomen hoe de hooiing was afgelopen. Dit een en ander is mij zuur opgebroken. Ik was geheel op, afgemat en suf, en ongestelde spijsvertering. Thans knapt het door geheel rust nemen weer op. Ook heden “zondag” huisarrest. Overigens alles goed. Moeder is geheel helder en fris gebleven. Hartelijk geluk gewenst en gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans, G.O. Noordmans-de Roos.
(AN)