201. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, eind november 1907
Geliefde Oepke,
Uw vader is thans niet byzonder vlug. Ziek kan ik nu juist niet zeggen, maar toch heb ik weinig tier. Reeds een paar weken ben ik verkouden, voor 9 dagen ben ik een gehele dag te bed geweest wegens zeer zware hoofdpijn. Tot nu toe heb ik nog altijd veel last van duizeligheid en suizing in het hoofd. Wel ontlast zich de verkoudheid zo nu en dan, maar niet voldoende om het suizen in het hoofd voldoende te verlichten. De warmte doet hier ook (hoe prachtig ook) voor mij geen goed. Ook heb ik last van diarree en het wateren gehad, dat echter nu gelukkig weer beterende is. Gij begrijpt dat er op deze wijze niets van ons uitgaan en bezoeken afleggen komt. Gaarne zouden wij u eens zien overkomen. Voor u is er in dit opzicht geen bezwaar dat u hindert. Zullen wij u spoedig eens verwachten? Moeder is goed gezond. Dat het met Jakob aardig vooruitgaat en dat Ruurtje en hij reeds een rijtoer naar ons gemaakt hebben op raad van de dokter, tot opwekking van de zenuwen, weet gij zeker al. Ook is deze reis hem goed bevallen. Andere byzonderheden heb ik niet en veel inspanning past mij niet. Van harte gegroet, uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans, G.O. de Roos.
(AN)