222. Oepke aan zijn moeder
Idsegahuizum, 16 december 1908
Lieve Moeder,
Zeer verblijd was ik door uw schrijven, waaruit ik merkte dat het met uw gezondheid redelijk goed gaat. Hier is alles goed. De tuinman van Makkum is druk bezig mijn tuin te hervormen. Zoals u weet, was het achter het huis bouwgrond, die niet mooi was aangelegd. Er zijn nu vier man aan ’t werk, en het begint er al heel aardig uit te zien. De tuin wordt nu veel vrijer, zodat andere mensen er niet in kunnen zien. Er komen wat appels en peren in, frambozen en kruisbessen + aardbeien. Het is een hele aardigheid te zien hoe alles nu verandert. Aan Jakob en Ruurtje zal ik eens schrijven wanneer ik kom, zodra ik tijd heb. Het zal wel tussen Kerstmis en Nieuwjaar worden. Gistermiddag was ik bij Van Dijk. De jongens kwamen spoedig thuis. Tweede Kerstdag hopen ze bij mij te komen eten. En nu van harte het beste. Met vriendelijke groeten, uw u liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)