Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam 1903-1910

Weergave
Passages naar Readwise sturen

239. Oepke aan zijn moeder

Idsegahuizum, 17 september 1909

Lieve Moeder,

Ofschoon u sedert woensdag niets van mij gehoord hebt, heb ik toch niet stil gezeten. In Leeuwarden schreef ik dadelijk een brief aan ds. Oskam1 met de vraag of het meisje van 40 jaar,2 waarover hij schreef, werkelijk dezelfde was die ik vermoedde en dat hij daar dan wel eens vragen kon of ze een betrekking zou willen aanvaarden. Hij schreef terug dat we dezelfde bedoelden en dat ze tot de volgende week in Makkum was. Tegelijk had ik in Makkum al eens geïnformeerd en gehoord dat ze er nog was. Mevrouw IJsseling3 een predikantsvrouw in Makkum, was zo vriendelijk eens even bij het meisje poolshoogte te nemen en zo kreeg ik vanmiddag bericht dat ze wel genegen was zulk een betrekking te aanvaarden. Vanmiddag ben ik haar toen dadelijk gaan spreken en heb met haar afgesproken, dat ze maandagmiddag a.s. bij u komt om er over te spreken. Zij kan echter niet eerder dan begin november, daar ze eerst bij haar broer hulp moet verlenen tijdens een bevalling van diens vrouw. Zolang zou het dan op de een of andere wijze geschikt moeten worden. Ze lijkt mij zeer geschikt voor u. Ze is uit een beslist kerkelijke familie, niet jong meer en heeft haar oude vader lange tijd verzorgd. Ze zal niet teveel eisen hebben en is altijd in Friesland geweest. Het enige bezwaar is dus dat ze niet dadelijk kan, maar me dunkt, nu we een geschikte gevonden he bben, moet dat op een of andere wijze worden geregeld. Wat het salaris betreft zal f 100 of f 125 wel genoeg zijn. U kunt dat met haar afspreken. Gaarne had ik maandag na haar bezoek dadelijk even bericht hoe u met haar afgesproken hebt. Het verblijdt mij zeer dat we eindelijk iets gevonden hebben waarvan ik hoop dat het u passen zal, al moeten we ons dan ook enige weken behelpen. Ik verwacht dus even bericht van u. Met hartelijke groeten, uw u liefhebbende zoon,

Oepke.

(AN)

Noten

  1. 1

    C.J. Oskam (1874-1939), herv. pred. te Aalsum 1900 en Goënga 1919.↩

  2. 2

    Mej. Prins, zie brief nr. 240 (21.9.1909).↩

  3. 3

    Mw. M.E.J. IJsseling-Harthoorn (1875-1959), echtgenote van P.C. IJsseling, herv. pred. te Makkum, zie brief nr. 181 (16.12.1904), n. 6.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 238. Moeder aan OepkeIdsegahuizum en Piaam 1903-1910240. Moeder aan Oepke →