Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam 1903-1910

Weergave
Passages naar Readwise sturen

248. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Meppel, 10 december 1909

Amicissime,

’t Beste middel om een mens aan ’t schrijven te brengen is blijde verrassing. Dan kan hij ’t niet laten naar de pen te grijpen en alle andere dingen te laten voor wat ze zijn en zich te verheugen over de verrassing. Onkel Bräsig1 zaliger gedachtenis, was niet erg voor verrassingen. Zij komen vaak zo averechts uit, zegt ie. Zijn oom en tante hadden eens de bok van ’t rijtuig verloren of vergeten liever - en toen werden ze op St. Nicolaas (of was ’t met ’t juulfeest?)2 verrast met drie bokken, waarvan een hun eigen was! Maar deze Sint-Nicolaas verrassing uit Skuzum kan toch nooit zo verkeerd lopen, aangezien er weinig kans bestaat, dat er voor één bruidje drie bruiden zouden aangeboden worden. Onkel Bräsig had anders indertijd drie meisjes tegelijk, reden waarom hij altijd ongetrouwd is gebleven. Dit laatste zou de buitenwacht misschien ook al verwacht hebben van de Skuzumer pastor, al is ’t dan niet om dezelfde reden als bij Onkel Bräsig. Niet wegens de onbetamelijke overvloed maar wegens ’t betreurenwaard gebrek. En toch was de gezellige aard van de redactor van de sociale rubriek3 al te zeer de mensen bekend, dan dat men niet hartgrondig zou hopen, dat ook hij door ’t vestigen van een gezellig gezin practisch zou mogen medewerken tot oplossing van de moeilijkheden der sozialen Verhältnisse. En ziet, wat een licht de donkerste maand van ’t jaar in deze aangelegenheid brengt. Het psychologisch moment was zeker het vertrek van de in stilte vereerde uit het landelijk dorpje Schraard naar ’t meer koud en guur gelegen Ternaard. Toen heeft zeker de onbewuste drang de drempel der bewustheid overschreden en stond het de Skuzumer pastor plotseling helder voor de geest: “zij en niemand anders dan zij!” Helaas, zij vlood naar noordelijker gewesten. Maar ziet, het stalen ros, zijn meester reeds op zo menige rit beproefd gebleken, wielende van ongeduld om heen te snellen naar het van zware akkerklei glimmende Ternaard. En menige zoete brief bracht de vriendelijke, aan vermoedens rijke post vanuit het noorden naar het zuidwesten, waar de vetgelaarsde pastor hunkerend uitzag naar de rode bies van de gelijkmatig stappende post: alsof ’t geen zielsgeluk bevatte wat daar in die verweerde zwartbruine brieventas stak! En toen na het zoet: ja! het praktische: wanneer? En de eerste week van de laatste maand van het langgestaarte en dus geluk voorspellende jaar 1909 strooide handen vol kleine kaartjes over ’t in storm en regen verloren Nederland. En ’t weerglas ging snel naar boven, van veranderlijk naar goed, van goed naar schoon en bleef eindelijk rusten op zeer schoon weer. Wel hangt er buiten nog een grijze damp, maar waar die kleine kaartjes rammelend in de brievenbus rolden, daar wordt de pen opgevat en wordt het weerglas onbepaald geloofd: schoon, zeer schoon weder! Heil u, gelukkige Skuzumer, die aldus het weerglas weet te beheersen. Zo zich das Harte van de Friese bouwstreek met ’t Zarte van de Friese Suawouder wouden en van de Friese greidhoek met elkander weten te paren, da gibt es einen guten Klang. Wat zullen wij nu verder er aan toe voegen? Onze belangstelling en de verheuging onzer harten blijkt voldoende uit dit epistel. Zullen wij nog moeten uitspreken dat wij veel geluk en veel heil wensen op deze bij eigen ervaring de Skuzumer pastor nog onbekende wegen? Wij wensen ’t en verwachten ’t. Als de eenzame komt in ’t huis der gezelligheid, dan smaakt hem de gezelligheid dubbel zoet. Maar ’t schoonste is wanneer de beker de lippen nog niet heeft bereikt maar fonkelend van de gloed der belofte te wachten staat. Geniet van dat schoonste aller [aanminnige] schoonheid met een blij hart. En laat ik dan later nog eens een enkele keer getuige mogen zijn van huiselijk geluk en huiselijke vreugde, wanneer J.H.4 jouw huis maakt tot jouw heil. Ons aller hartelijke groeten sic semper, tt

Nus.

(AN)

Noten

  1. 1

    ‘Onkel Bräsig’, figuur uit het werk van Fritz Reuter (1810-1874), die in het Nederduits publiceerde, o.a. Ut mine Stromtid (= Mijn leertijd op het land) en in Friesland en Groningen veel gelezen werd.↩

  2. 2

    Het joelfeest: winterfeest der oude Germanen op de kortste dag.↩

  3. 3

    ON was redactor sociale rubriek = rubriek Inwendige Zending van het Hervormd Zondagsblad.↩

  4. 4

    Johanna Hillegonda Oosterhuis, zie brief nr. 207 (2.3.1908), n. 2.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 247. H. Visser aan O. NoordmansIdsegahuizum en Piaam 1903-1910249. H. Matzer van Bloois aan O. Noordmans →