Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld. 1923-1934

Weergave
Passages naar Readwise sturen

367. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Utrecht, 5 februari 1928

Amice fraterque,

Ik vermoed, dat vandaag de kerkdienst een feestelijk karakter gedragen heeft en dat er verder collega’s zijn geweest, die gelukwensten en speechten. Speechen wil ik niet. Dat gaat me nooit goed af. Maar ik wil wel gelukwensen met ’t zilveren jubilee. Vijfentwintig jaren - dat is een hele tijd. En zolang ’t evangelie gebracht - dat is een heel voorrecht. En dat voor een groeiende gemeente, die niet alleen beperkt is door de grenzen van de parochie - dat is een reden van dankbaarheid. Ik denk - ja, we gaan nu ook horen tot die mensen, die zo uit het grauw verleden aan de opgroeiende jeugd taferelen van ongekende verhoudingen en toestanden ophangen - ik denk terug aan onze Utrechtse wandelingen en koffietafels en bomerij. Ik denk aan Skuzum, aan ’t vriendelijk opvaartje achter de pastorie-tuin en aan twee tuinstoelen en een emmer daartussen in, aan ieltsje-biet1 en daarop gegronde theologische discussies. Ik denk aan Haamstede en de duinen en aan de grote bramen in de zomertijd, toen twee jonge pastores zich aan een braamstruik laafden tot verzadigens toe en op de polder in ’t gouden zonnelicht zich lieten blakeren door de zonnegloed en fragmentarische theologie beoefenden. Ach ja, dat was ’t jonge bloed. Later zijn de dingen zwaarwichtiger geworden. Maar laat ik in vertrouwen zeggen, dat ik deze zomer in Oegstgeest, als overdag de synode heel plechtig en gewichtig was geweest, ’s avonds achter ’t groene kerkje mij ook met ieltsje-biet weer in de rechte theologische stemming bracht; dat ik dit najaar in Soest op een achturige wandeling door ’t herfstachtige bos, me ook nog kinderlijk aan bramen heb tegoed gedaan. En dat zijn voor mij haast even gewichtige momenten, als wanneer ’t ambt mij deftig maakt. Wat is de wereld toch deftig. Wat een voorrecht, dat een christen om die deftigheid zo hartelijk lachen kan en er zoveel schik over kan hebben. Ik wou maar zeggen, dat ik jou van harte toewens ook voor de volgende 25 jaren een jong hart, dat jong blijft van het water der eeuwige jeugd. En dan hoop ik ook, dat ik je wat vaker mag zien, dan in de laatste jaren ’t geval mocht zijn. Maar als we grijs gaan worden dan wordt de modus quo2 een puzzle. Ik hoop dat vrouw en kinderen het goed maken. Met de kinderen hier, waarvan de jongste Marietje, al zestien werd, wat al een grote kinderen (grote zorgen, maar God dank geen reden tot grote klachten) - gaat ’t goed. Zelf ben ik zo’n beetje onder dokter’s contrôle, die mij dan wijsheden voorhoudt van ‘niet te druk’ en ‘kalmpjes aan’ - en ik ben al zo weinig druk, en ik ben al zo kalm. Hartelijke groeten dus van ons allen aan jullie allen. T.t.

Nus Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    Fr.: paling vissen (lett. aaltje-beet).↩

  2. 2

    Lat.: de manier waarop.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 366. H. Guittart aan O. NoordmansLaren Gld. 1923-1934368. O. Noordmans aan D. Boer →