375. J. de Zwaan1 aan O. Noordmans
Leiden, 28 maart 1930
Hooggeachte collega,
Alweer een brief zult gij wel zeggen. Het zit zo: maandagavond 22 juli tot donderdag dito 25 loopt D.V. onze conferentie te Lunteren. Voorzitter: dr. Beerens, Utrecht.2 Onderwerpen en sprekers: ‘Waarachtigheid in het geestelijke leven’ (Franken);3 ‘Twijfel en zekerheid’, dinsdag 22 v.m. 10 uur O. Noordmans (?);4 ‘Schuld en genade’, (Van der Leeuw);5 ‘Aanbidding’ (Fokkema?).6 Verder: zendings of sociaal onderwerp op de 22e en prof. Obbink7 over Job op de 25e. Nu is ons dringend verzoek of wij dat vraagteken achter uw naam op de 22e zouden mogen schrappen. Gij zoudt er ons allen een bizonder genoegen mee doen en voor al velen verplichten. Gij hebt het charisma van het ontdekken van nieuwe wegen tussen hart en hoofd en gij zoudt juist bij ‘Twijfel en zekerheid’ voor velen, die met hun vragen en onopgeloste twijfelingen en verwarring op een conferentie als de onze zijn gekomen, iets kunnen wezen. Het ‘simplex sigillum veri’8 is lang niet altijd een axioma, maar hier zult gij er mogelijk tot stille zegen mee kunnen zijn. Wij schamen ons, dat wij geen honorarium kunnen aanbieden, maar natuurlijk zijn reis en verblijf vrij en hoe langer gij met ons zijt, des te aangenamer zal het allen wezen. Zeer gaarne echter bieden wij aan, dat wij ook mevrouw Noordmans als gast der conferentie zouden mogen zien komen. Dat zou ten zeerste worden op prijs gesteld. Ik hoop zeer, dat gij gelegenheid en vrijheid vinden zult voor het gunstig antwoord, waarvoor wij ons hartelijk aanbevelen. Met collegiale groeten en de meeste hoogachting, uw dw., tt.
J. de Zwaan.
(AN)