397. O. Noordmans aan P.H.Th. Stevens1
Laren, 31 maart 1931
Zeer geachte Heer,
Zopas kreeg ik uw tekeningen van de ‘kopjes’. Dat zal ik liever niet doen. Deze brochure2 heeft enigszins het karakter van een gesproken woord en dan werken de kopjes afleidend voor de aandacht. De ogen moeten in de tekst blijven. Haalt men de vonkskens, die in de tekst spatten, er uit en zet ze op de rand, dan doven ze uit. Inmiddels dank voor die belangstelling. Ik zal zorg dragen voor een kleiner tekstje in ’t blad. Ook wil ik wel de mogelijkheden overwegen om in de geest van deze brochure een klein populair geschrift samen te stellen, met of zonder ‘kopjes’. Ik ben ook een beetje bang dat een kleine omwerking, zoals u mij voorstelt, verwarring zou brengen. Ik heb de ‘proef ’ vrijdagavond al verzonden en wacht alleen nog een ‘revisie’. Met vr. groeten,
O. Noordmans.
(ANHK)