401. R.B. Evenhuis1 aan O. Noordmans2
Zaandam, 20 juli 1931
Hooggeachte collega,
Uw schrijven3 bereikte mij pas heden, doordat ik intussen van Noordhorn naar Zaandam verhuisd ben. Op zichzelf voel ik veel voor uw voorstel. De sfeer moet zuiver blijven. Maar het is m.i. niet weg te redeneren, dat prof. Brouwer verschillende onjuistheden heeft geponeerd en bovendien (wat veel erger is) prof. Haitjema bewuste misleiding heeft verweten, doordat hij de Bilthovense notities zou hebben verminkt. Kan de sfeer zuiver blijven, indien dit zonder meer blijft zitten? Staat u en anderen achter de stukken van prof. Brouwer? Dergelijke vragen komen bij mij op. In verband daarmee kan ik er niet veel voor voelen mijn ‘Ingezonden’ zonder meer terug te nemen. Ik zou het goed kunnen vinden, indien u dan in de ‘Berichten’ namens mij wilde mededelen, dat ik mij terwille van de zaak heb teruggetrokken, doch dat ik aan de hand van mijn notulen prof. Brouwers opmerkingen meen te moeten wraken. Hiertoe geef ik u dus vrijheid. Maar het lijkt mij ongewenst indien van mijn kant niets verscheen tegen de beweringen van uw voorzitter. Ik hoop, dat onze commissie spoedig kan vergaderen. Gaarne zie ik ook daaromtrent nadere berichten tegemoet. Wanneer gij mocht besluiten om mijn ‘Ingezonden’ niet op te nemen mag ik die brief dan van u terugontvangen? Tijdens de verhuisdrukte maakte ik geen dubbel exemplaar. Met collegiale groeten, uw dw.
R.B. Evenhuis.
(AN)