65. Oepke aan zijn ouders
Leiden, 26 september 1891
Geliefde Vader en Moeder,
Hierbij sluit ik in een stuk op zegel geschreven. Vader moet daar zijn naam invullen. Eerst boven, in de ruimte, die overgelaten is achter het woord ‘ondergetekende’, en dan nog eens onderaan, zowat onder het woord ‘september’. Dan moet de burgemeester het tekenen als bewijs dat hij vaders handtekening voor echt verklaart. Vervolgens moet het stuk aan mijn adres worden teruggezonden. Alles liefst zo vlug mogelijk. Ik moet het stuk dan laten registreren, en kan mij dan laten inschrijven.1 Het moet alles aan de voorkant geschreven worden, achterop mag niet. Ik verwacht het stuk dus spoedig terug. Maandag beginnen de colleges. ’t Is nog al mooi weer tegenwoordig. Ik ben hier best thuis. Acht uur ’s morgens drink ik thee, twaalf uur koffie met een boterham, 5 uur eten, 7 uur theedrinken en ’s avonds eet ik nog een stukje. Ik ga niet heel vroeg op bed. ’t Is nu b.v. alweer over enen. ’k Ben goed gezond. Ik verwacht spoedig eens bericht. Gegroet van uw u liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)