311. J.A. Cramer1 aan O. Noordmans
Den Haag, 25 augustus 1919
Waarde vriend,
Gij hebt mij een groot genoegen gedaan met de toezending van uw referaat,2 dat reeds op de predikantenvergadering zoveel genot had verschaft. Ik vond het heerlijk alles nog eens rustig te kunnen overlezen. Ik behoef u wel niet te verzekeren, dat alles van A tot Z uit mijn hart is gegrepen. Dit is nog eens echt ethische theologie! Velen noemen zich ethische theologen maar zijn nòch ethisch nòch theologen. En daarom doet het zo goed met zulke ras-echte exemplaren van de soort in aanraking te komen, als gij! Gij hebt veel meer wijsgerige scholing dan ik en kunt de dingen dan ook oneindig beter en pittiger zeggen. Daarom geniet ik er zo van. Mijn geest gaat een andere richting uit, en daarom ben ik zo blij, wanneer anderen zo keurig uitdrukken wat ik voel. Jammer dat ethische dominees zo weinig geestelijk contact met elkaar hebben. Ik heb het wel eens gezocht bij de jongeren, maar ’t lukt niet. We zijn nog te individualistisch, te einspännerig! God zegene u en uw werk. Uw woord maakt u tot onze vriend. Hartelijke groeten tt.
J.A. Cramer.
(AN)