Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Suameer
Weergave
Lezen
Lettergrootte

288. H. van Eyck van Heslinga1 aan O. Noordmans

Berlikum, 11 november 1914

Amice fraterque,

Gisteren - terwijl ik catechiseerde - vroegen mij te spreken Antonides en Van der Vegt.2 Ik kon ze maar een ogenblik te woord staan. Zij vroegen of ik ook raad wist, om de vicieuze toestanden in Suameer in orde te brengen, want zij vreesden voor grote schade voor de gemeente. Ik zei, dat mijn raad ten einde was. Konden zij meester alsnog er toe brengen de gevraagde verklaring van ’t bestuur3 zonder meer te tekenen en het bestuur verzoeken daarmee genoegen te nemen - misschien dat ’t hielp, maar ’t beste leek mij, dat dit dan beproefd werd door mensen te Suameer, die buiten de gehele zaak stonden. Overigens zag ik er geen gat in. Ik meende je dit even te moeten mededelen. Voor mij persoonlijk was anders ’t zaakje reeds afgedaan. Met hartelijke groet, tt.

H. van Eyck van Heslinga.

(AN)

Noten

  1. 1

    H. van Eyck van Heslinga, zie brief nr. 205 (6.2.1908), n. 1.

  2. 2

    Kerkeraadsleden te Suameer in oppositie tegen ON.

  3. 3

    Vgl. brief nr. 287 (11.9.1914).

← vorige287. H. van Eyck van Heslinga aan O. NoordmansSuameervolgende →289. H. van Eyck van Heslinga aan O. Noordmans
Verantwoording

Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.

Een fout melden
Bureau