Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Suameer
Weergave
Lezen
Lettergrootte

319. O. Noordmans aan D. Boer

Suameer, 13 december 1920

Amice collega,

...1 M’n artikeltje bleef nog steeds in de pen.2 Ik was de laatste tijd zeer bezet. Ik hoop het nu toch heus voor ’t januari-nummer te zenden. Met verbazing lees ik de torpedo-aanvallen van ds. Hoog.3 Waartoe dient dat toch en wat zit daar achter? Is het thans een tijd om van knijpwraak te spreken, waarvan gemeenten het object zijn en hebben niet de kerkvoogdijen deze tot middelpunt en hoofdbeginsel van hun ethiek gemaakt? Wanneer ons werk van geestelijk werken nog een toekomst heeft, dan moet de organisatie van onze arbeid komen. En dan moeten de oude beheers- en bestuurscolleges aan de kant. Het is toch onduldbaar, dat een organisatie als de onze van ± 1200 academisch gevormde personen door een klein college als de synode resp. synodale commissie als quantité négligeable wordt behandeld, wanneer het haar eigen belangen en arbeid geldt. Slechts de eigenaardige mentaliteit der predikanten, waar van velen moreel ingedeukt zijn, maakt zoiets mogelijk. Ik hoop daaromtrent in m’n artikeltje ook iets te zeggen. Met vriendelijke groeten, tt.

O. Noordmans.

(ABNP)

Noten

  1. 1

    Een gedeelte van deze brief over de consulentskwestie Garijp is weggelaten.

  2. 2

    Vgl. brief nr. 317 (6.9.20).

  3. 3

    Op zaterdag 11.12.1920 verscheen in de rubriek Kerknieuws een ingezonden van Dr. I.M.J. Hoog, een fervent tegenstander van het Reglement op de Predikants-traktementen (vgl. VW 5, 47, n. 2), onder de titel ‘Hinken op twee gedachten’ met fikse kritiek op de synodale circulaire betreffende de uitvoering van genoemd reglement, dat hij karakteriseert met de term ‘knijpwraak’. In het artikel ‘Isolement’ in OBNP. 3 (15.2.1921) nr. 1 ging ON in op deze kritiek (VW 5, 44): ‘Dr. Hoog acht het ‘knijpwraak’ wanneer de besturen, bij te laag traktement, hun medewerking bij de beroeping weigeren. Dat ontbrak er nog slechts aan, dat ook in de vacature de ring gesloten werden de stichting zich automatisch in het bezit van een nieuwe geïnterneerde zou kunnen stellen. Overigens zullen sommige der voor deze behandeling in aanmerking komende kerkvoogdijen zich misschien verbaasd hebben in dr. Hoogs betoog als voorwerp van ‘knijpwraak’ voor te komen.’ Dit was de aanleiding voor een felle polemiek in de NRC.; zie VW 5, 47, n. 8, 48, 65-71. I.M.J. Hoog (1858-1928), promoveerde RUL 1885 over De martelaren der hervorming in Nederland, herv. pred. te Abbenbroek 1885, Terwolde 1887, Nijmegen 1900-1928, vele jaren algemeen secretaris van de Ned. Protestantenbond.

← vorige318. O. Noordmans aan Kerkvoogdij te SuameerSuameervolgende →320. O. Noordmans aan D. Boer
Verantwoording

Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.

Een fout melden
Bureau