117. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 21 juni 1897
Lieve Oepke!
Hoewel slechts kort van huis zo is er toch reeds iets te melden. Behalve uw ledige plaats is ook Tielko1 vertrokken, gisteren (zondag) ontving hij telegrafisch bericht, dat hij dadelijk moest thuis komen wijl Gerrit2 minder was. Ook is Pieter van Jakob en Ruurdje ernstig ziek, behalve koorts heeft hij hersenaandoening. Zaterdagnamiddag zijn wij er geweest, toen was het iets beter en gisteren zijn Lemstra3 en vrouw er geweest, ook toen leek het wat beter, anders bij ons alles wel. Met de beesten gaat het nog goed. De stieren en hokkelingen hebben nu tongblaar,4 en ook de vette koe, doch het lijkt nog zeer gematigd. Rotkiemel5 is er nog niet aanwezig. Met de kippengeschiedenis is het bij het oude. Onze dominee6 heeft gistermorgen gepreekt over Rom. 5:1-5. Ik heb veel aan de preek gehad. Indien wij onze rechtvaardiging, vergeving van zonde en vrede met God mogen vinden in en door onze Here Jezus Christus dan kunnen wij gemoedigd voortgaan op onze levensweg, in onderworpenheid en stilheid, ons lot stellende in de hand des Heren en in de hoop der heerlijkheid die ons wacht. O lieve Oepke, de Here zij met u en Hij zegene u, dit wenst van harte u toe uw u liefhebbende vader. Wees verder gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans en G.O. de Roos.
Verder van alle gegroet.
P.S. schrijf ons of gij ook uw bijbel verlangt te hebben en een kerkboekje.
(AN)