Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Utrecht 1899-1903

Weergave
Passages naar Readwise sturen

124. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 11 juli 1897

Lieve Oepke,

Zeer verblijdend was ons het bericht van ds. Flieringa aangaande uw beterende toestand, die ons door zijne eerwaarde zeer gunstig is getekend, hoewel hij ons tevens zei, dat de snelle vooruitgang van uw geestesvermogen enigszins verzwakkende invloed op uw lichamelijke vermogen uitoefende. Dat velerlei overwegingen mijn gemoed bestormen, zal ik u niet behoeven te zeggen. Rust in Gods bestuur en een gelovig en biddend wachten op de Here en een stellen van deze ganse zaak en derzelver uitkomst in Zijn hand is de begeerte van mijn hart. Maar daar wil ons onrustig gemoed niet aan en toch, die weg is zo veilig en goed. Hij make het verder zo als het Hem behaagt. Wat berichten van huis uit betreft, veel nieuws is er niet. Wij zijn allen goed gezond. Ook Gep is thans aardig vlug. De zondag is rustig. De hooiing gedaan. Jan de Vries,1 Klaas van der Wal2 en Gerrit Ravenburg3 zijn gisteren vertrokken. Donderdag en vrijdag hebben wij een paar drukke dagen gehad. Door donkere dagen van maandag, dinsdag en woensdag waren wij slechts zover gevorderd, dat wij de laatste tien pondemaat in oppers hadden. Daar deze oppers door de felle wind waren doorgewaaid en het donderdag prachtig weer was, hebben wij al de oppers over het land geworpen en als prachtig hooi in dertig roken gemaakt en vrijdag hebben wij al deze dertig roken ingehaald. Ik heb toen vanaf 4⚑_ uur ’s morgens tot 8 uur ’s avonds altijd het hooi thuis gehaald. Dat ik ’s avonds moe was, begrijpt gij maar ook de anderen waren moe. Maar Jan de Vries had het zich in het hoofd gezet. Hij heeft altijd door opgestoken op het land. Doch ik word zo al te lang en wil verder kort berichten, dat het met de koe die klauwzeer heeft, aardig is gebeterd en met de anderen is het best afgelopen, zodat de drie, die het in lichtere mate hadden, bijna of geheel beter zijn en de anderen zijn allen goed. De kalveren zijn geheel gezond gebleven. Gras hebben wij nog genoeg. Over het geheel is het dus met de boerderij gunstig. Ook de kippen hebben weer per dag 12 à 13 eieren gelegd, en de kuikens groeien best. Met het hooibroeien gaat het tot dusver goed. Wij hebben nu met het oude er bijgerekend4 28 koe’s eten. Verder van Pier, Gep en al de overigen gegroet. Van harte uw u liefhebbende vader en moeder,

D.P. Noordmans en G.O. de Roos.

(AN)

Noten

  1. 1

    Jan de Vries, één van de maaiers.↩

  2. 2

    Klaas van de Wal, zie brief nr. 110 (19.6.1893), n. 2.↩

  3. 3

    Gerrit Ravenburg, zie brief nr. 117 (21.6.1897), n. 2.↩

  4. 4

    Het overgebleven hooi van het vorige jaar.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 123. Oepke aan zijn oudersUtrecht 1899-1903125. Ouders aan Oepke →