134. Oepke aan zijn ouders
Utrecht, 2 oktober 1897
Geliefde ouders!
’t Is weer zondag en ’t is mij verwonderlijk hoe spoedig de tijd nog vervliegt. Over een veertien dagen kom ik als alles wel is weer een poosje thuis. Ik schrijf daarover natuurlijk nog wel nader. ’t Is vandaag erg regenachtig. We hebben echter nog compleet zomerweer gehad van de week. Gisteren heb ik de koningin gezien. Ze kwam voorbij het station en de trein hield een poosje stil. Er bevonden zich verscheidene toeschouwers op het perron, maar men was zeer koel onder het geval. Alles liep stilzwijgend af. Vanavond ga ik bij ds. Gunning1 theedrinken. Ik heb hem na juni niet weergezien. Mijn gezondheid is gunstig. Inspannen kan ik mij echter nog niet. Wel kan ik een paar uur bij iemand zitten praten zonder dat ik er zoals vroeger last van heb. Bijzonderheden heb ik niet te melden. Ontvangt allen mijn groeten, uw u liefhebbende zoon
Oepke.
P.S. Daar schiet mij nog te binnen, dat ik de groeten moet overbrengen van de oudzendeling Van Hasselt,2 die ik van de week ontmoet heb.
(AN)