155. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 23 mei 1902
Lieve Oepke,
Wij zagen reeds alle morgens uit naar een brief van u, en dat temeer omdat uw examen nu aanstaande is. Zeer hopen wij dat gij goed moogt slagen - en hoewel wij ons nu juist desaangaande niet bezorgd maken, zo is toch telkens een telegram van welslagen voor ons een hoogst verblijdend bericht, gelijk gij u kunt voorstellen. Voor u zijn deze komende dagen nogal dagen van spanning en drukte; enerzijds zouden wij wel gaarne bij uw eerste voorstel willen tegenwoordig zijn, als mijn krachten het toelaten, maar anderzijds vrees ik dat het voor mijn gevoelig zenuwgestel misschien bijna te veel zou zijn, onwillekeurig komen er bij zulk een gelegenheid vele herinneringen te voorschijn, die voor ons van diep ingrijpende aard geweest zijn en die nu voor u zulk een gunstige keer genomen hebben dat men geneigd is met de Koning David uit te roepen: Here, mijn God, het is te veel voor mij. Bij ons is het zeer goed. Met mijn moeheid is het goed afgelopen, ik ben nu weer aardig uitgerust en ben gezond gebleven, hoewel deze week weer druk is geweest met de financiën inzake huurverrekeningen en het betalen van uitschotten voor Pier, ook deze zaken zijn nu in hoofdzaak in orde. Het hooi is niet in Pier zijn voordeel afgelopen. Volgens huurkontrakt heeft een derde taxateur tussen de twee beslist. Wel is hij in prijs de middelweg gegaan, maar was hij in hoeveelheid twee schar1 hoger. Het komt ons zeer goed voor, af te zijn van de drukke beweging der boerderij. Voor Moeder is het bepaald veel beter geworden nu zij van twee plaaggeesten van meiden verlost is, en hoewel het mij somtijds wel wat ledig zal zijn, zo gevoel ik mij toch over het geheel op mijn gemak. Met Ds. Flieringa en gezin gaat het goed. Bij ons komt hij weinig, trouwens de laatste drie weken zijn ook vermoeiend en druk geweest. Pier kwam het goed door. Na ons vertrek is hij echter zelf maar even bij ons geweest, l.l. dinsdag vanaf Sneek. Meer kan daarvan nog niet gezegd worden. Gisteren stonden zijn koeien alle nog op stal vanwege het onweer en te grote natheid. Onze Mei is aanwezig, ook daarover thans noch goed noch kwaad. D.V. zend ik morgen of dinsdag een honderd en vijftig gulden per aangetekende brief. Hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans, G.O. de Roos.
P.S. Bij Jakob en Ruurtje gaat het goed.
(AN)