25. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium, Zetten, 18861
Geliefde ouders!
Tot mijn blijdschap bracht de post vanmorgen ook iets voor mij mee van huis. Vader schreef mij dat als ds. van Lingen mij de kwitantie gaf, ik hem maar moest zenden. Nu vanmorgen heeft dominee hem mij dan ook gegeven. Bij deze zend ik hem nu. ’t Is nog wel niet zo heel lang geleden, dat ik geschreven heb, maar ik dacht ik moest er toch maar een lettertje bij schrijven. Van de week is zoals vader weet hier dichtbij ook weer een gemeente uit het synodaal verband getreden, n.l. Randwijk. Het is dezelfde gemeente waar wij laatst in die schuur zijn geweest. Zoals ik geschreven heb, is hier een week of drie geleden een vergadering geweest op het gymnasium waar ds. van Lingen gesproken heeft. De kerkeraad van die gemeente was daar ook geweest en heeft daar een stuk getekend, dat hoofdzakelijk op hetzelfde neerkwam als wat er laatst te Amsterdam op het congres is uitgesproken in de resoluties.2 Het klassikaal bestuur was nu van plan de kerkeraad rekenschap daarvan te vragen en nu hebben zij zich op aanraden van ds. van Lingen afgescheiden. Zoals ik gehoord heb, heeft Buitenpost zich ook afgescheiden. Met Sipke Swierstra3 is het, zoals vader schreef, dan wel treurig. Vader schreef niets van Tjitse van meester de Jong, dus ik denk dat dat al wat beter wordt. Nu, die heeft het dan wel gehaald. Ik hoop, dat als ik D.V. eens weer thuis kom met Pasen, hij weer geheel beter zal zijn. Met het koekalven gaat het niet gelukkig zoals vader schreef, maar het is niet zo spijtig als wanneer wij de kalveren zelf hielden. Hoe gaat het met het schaken? Schaakt Jaap nog al eens vaak met vader, dan zal ik het wel niet meer kunnen houden want ik doe het bijna nooit. Is de tien-stuivers-editie4 al compleet? Nu, ik ben goed gezond en wens het van u ook. Ik hoop dat ik eens spoedig weer bericht zal krijgen. Groet Van der Meer, Baaije, Anna, Jacob, Gep en Pier en ontvang eindelijk zelf de hartelijke groeten van uw u liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)