55. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 4 november 1888
Lieve Oepke,
Zo spoedig mogelijk D.V., nog in de loop van deze week, schrijf ik u over de verplaatsing naar Sneek.1 Heden heb ik er met ds. Enderlé2 over gesproken en hem verzocht voor mij te willen informeren. Zijne eerwaarde wist niet of er ook tussentijds in het gymnasium werden opgenomen, indien ja, dan zal ik maar dadelijk aan ds. van Lingen schrijven. Ik heb de nota primo november ultimo februari reeds ontvangen. Gaat gij met einde december van Zetten, dan moet ik toch schrijven dat wij dit volle bedrag niet behoeven te betalen en zal ik hem meteen verzoeken of hij u de nodige stukken aangaande uw vordering en gedrag wil verstrekken (als gij van Zetten gaat wil ik gaarne dat het op een vreedzame en broederlijke wijze geschiedt). Vindt gij dit goed? Zo niet, schrijf dan dadelijk terug. Van der Meer en vrouw zijn reeds naar Sneek vertrokken3 en moeder is er nog sedert woensdag l.l. om hen daar wat mede op orde te helpen. Of ze er blijven wonen is nog niet zeker, doch waarom niet? Dat schrijf ik u D.V. later. Alles wel bij ons. De koeien zijn gestald en eten gras dat door ons gemaaid wordt. Wij hebben denk ik nog wel voor vijf weken. Van der Ende4 blijft weer op de plaats te Oosterend wonen. Trijntje is enige dagen bij ons te logeren geweest. En toen zijn Lambers en zij naar Assen5 geweest. Anne is in al die tijd in Longerhouw geweest, om daar voor Trijntje de betrekking van huismoeder te vervullen6 Gij schrijft mij de ontvangst van mijn brief en de couranten en De Gereformeerde Kerk7 ‘meer niets’. Is dit niet wat arm? Hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader, de groetenis van moeder is vacant, en verder de groeten van Anne, Jakob, Pier, Gep en Ymkje, uw u liefhebbende vader,
D.P. Noordmans.
(AN)