6. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 16 september 1885
Lieve Oep!
Tot onze blijdschap ontvingen wij gisteren bericht van u. Dat het ons zeer verheugde uw welstand te vernemen, begrijpt ge. Het spijt mij dat het horloge reeds onbruikbaar is, over de muziek heb ik reeds met meester1 gesproken. Wij zullen u D.V. een paar stukken toesturen tot eigen oefening en dan nog een paar stukken om u te amuseren. Als gij dan het orgel tussentijds gratis moogt gebruiken, dan kwam ons dit beter voor dan in de winter naar Hemmen2 te lopen om tijd, weder en onkostens wil. Is er iemand aan het gymnasium die bekwaam is u les te geven en gij kunt dit lesgeven voor een kleine vergoeding verkrijgen, dan heb ik er niets tegen. Wil ons s.v.p. ook eens schrijven hoe of het met het groenen gaat, of de grote jongens u ook voor het lapje houden, plagen, of u allerlei onaangenaams laten doen, of gij ook reeds een of meer vrienden hebt verworven, enz., enz. Groet s.v.p. ds. van Lingen en zijn gezin van ons en wees tevens hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder, Anna, Jaap, Pier, Gep, Ietje en Gerben,
D.P. Noordmans.
Alles wel bij ons. D.V. gaan mijn vrouw en ik met Gep en Pier morgen naar Longerhouw3 om daar een paar dagen te toeven. Schrijft gij ook eens aan Lambers en aan Van der Meer. Zij zullen dit wel aangenaam vinden.
Dag Oep, uw liefhebbende Moe, G.O. de Roos.
(AN)