17. Anna aan haar broer Oepke
Scharnegoutum, 30 mei 1886
Lieve Oepke!
Blijde zijnde met je brief wil ik dat ook tonen door je niet al te lang op een brief te laten wachten. Je zult het wel druk hebben, denk ik, voor het examen, ik hoop dat het maar goed gaat. De tijd nadert ook al zo zachtjes dat je zult thuis komen. Oepke en Hans1 hebben het ook druk. Oepke heeft bijna de tentamina gedaan, bij Ph. Hoedemaker2 nog, meen ik. Hans heeft nog maar alleen bij Woltjer gedaan in Hebreeuws, dat is echter, geloof ik, het voornaamste. Voor 23 juni moeten de examens afgelopen zijn, dus het duurt nooit langer dan een goede drie week en zij kunnen weer hier zijn. Wij zijn dan D.V. al in de hooiing, dit valt vroeg in van ’t jaar, vind je niet? Nu, het is wel prettig, dan is het ook weer vroeg afgelopen. Alles staat hier even mooi groen en in bloei, de landen3 staan ook prachtig. Stoffer en Tielke4 komen hier van de week. Hebben jullie het daar ook erg warm? Wij hebben vanmorgen buiten koffie gedronken. Woensdag hadden wij een hele visite, de familie en L[ambers] en T[rijntje] en Van der Meer en Baaije, het was wel aardig, maar jij zou er geen aardigheid aan hebben. Morgen is Hans jarig, hij wordt dan 22 jaar, ik begrijp het haast niet, ik ben nu al 21. Jammer, dat hij nu niet hier is. Het is hier nu weer heel anders met een nieuwe meid, het bevalt ons echter best. Het is een klein ding, maar goed handig, ik sta nu ’s morgens bij de karn en draag verder de zorg voor wat er toe behoort, hoe vind je dat? Wat een boerinne, hè, je moest mij eens zien. Het begint al te gewennen, dat is maar goed, dan kan jij mij ook niet uitlachen om mijn onhandigheid in het nieuwe vak. Hoe gaat het, heb je wat pret? Vandaag zijn hier twee paar ingezegend in de kerk, Lutzen en Trijntje en een dochter van Hein Doekes. Ik geloof dat H. Gerbrandy,5 theologisch kandidaat, hier de volgende zondagmiddag preekt, dat zegt men althans. Meester Fopma6 is nu bij D. Jellema, niet meer bij meester De Jong. Als je thuis bent is het nu mooi weer om ’s avonds eens te wandelen. Wil je mij eens een mooi blad meenemen van een boom, die wij hier niet hebben? Ook had ik wel gaarne enige beukbladeren, bruine en groene, die zijn zo geschikt voor uitkloppen.7 Smakelijk kersen eten! Zijt van pa, moe en allen gegroet en hartelijk van je liefhebbende zuster
(Anna)
uit haast.
(AN)