499. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans
Gorssel, 28 januari 1935
Beste Noordmans!
Hartelijke dank voor je stille brief, die ik heb verstaan als ’n zacht openen van de deur der ziekenkamer, om even te vragen hoe het gaat.2 Gelukkig mogen we zeggen: naar omstandigheden heel goed. Daar is een inwendige tumor weggenomen. Onze dokter had het wel wat heel luchtig voorgesteld. Immers waar hij sprak van ’n minuut of 10, heeft het toch 50 minuten geduurd. En als je dan zit te wachten, in de mening over 10 minuten, laat ik zeggen ’n kwartier, hoogstens 20 minuten komt ze terug, dan valt het niet mee, nog 30 minuten te moeten doormaken, boven de al verdubbelde 10. Maar nog eens, het gaat goed. Ge begrijpt dat tumor, juist daar, carcinoom-gedachten wekt. Zelf heb ik dr. Becher3 nog niet te pakken kunnen krijgen, maar hij schijnt zich stellig over het goedaardig karakter van de tumor te hebben uitgelaten en dat vooral maakt me heel dankbaar. Het is ontzaglijk stil en verlaten nu in huis. De oudste dochters zijn de deur uit en Koos ’n hele dag naar school. Ik ga vaak naar Arnhem toe, straks ook weer. Het is zo’n diepe blijdschap die door je heengaat als je geloven mag dat je vrouw nog bewaard mag blijven voor je, en ook, als je ze zo heel rustig, voor mij beschamend rustig, hebt zien liggen voor het nog gebeurde daar in de operatiekamer. Dank voor je goeddoend briefke. Met hartelijke groet, ook aan je vrouw en kinderen, graag als steeds je vriend,
J.H.C. Kamsteeg.
(AN)