Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 7. Laren

Weergave

538. J.N. Bakhuizen van den Brink1 aan O. Noordmans

L(ugdunum) B(atavorum), 17 october 1935

Waarde Noordmans,

Het is een zeldzaamheid in ons land, dat aan een landgenoot het doctoraat honoris causa in de theologie wordt verleend. Dat komt, omdat er zo zelden aanleiding toe is, en men het zonder aanleiding, alleen wegens officiële omstandigheden, nu eenmaal niet doet. Dat er thans aanleiding toe was, wordt door ieder, die theoloog is, van harte toegestemd. Het verheugt ook mij bizonder, je met dit zeldzame, werkelijk waardevolle doctoraat te mogen gelukwensen. Het lijkt mij, dat de promotor2 - ik weet ’t nog slechts uit de courant3 - goed gezegd heeft, welke betekenis dit spreken van de universiteit had - en dat hij er niets teveel van heeft gezegd. Ad multos annos! Met hartelijke groeten,

J.N. Bakhuizen van den Brink.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.N. Bakhuizen van den Brink (1896-1987), herv. pred. te Nieuw-Dordrecht 1920, Winterswijk 1924, Kralingen 1929, hoogleraar kerkgeschiedenis te Leiden 1934-1966, eredoctor University of St. Andrews.↩

  2. 2

    W.J. Aalders, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 7.↩

  3. 3

    Het Algemeen Handelsblad (17.10.1935) gaf dit verslag van de rede van Aalders: ‘De promotor... herinnerde, hoe de heer Noordmans lang op zich had laten wachten en eerst omstreeks 1920 was gaan schrijven. Deze terughouding berustte op zijn eerbied voor de stof en de vragen der theologie en zijn critische, bijna ascetische houding. Zijn werk was dan ook bijna altijd gelegenheidswerk, geboren uit de ontmoeting met een bepaalde behoefte. Daarbij had hij zich doen kennen als een zelfstandig en oorspronkelijk denker, niet in die zin, dat hij geheel alleen stond, maar dat hij zichzelf gevormd had volgens eigen aanleg en methode. Hij placht van meet aan over de hoofden der velen heen de geestelijk groten te zien en te groeten: Paulus en Augustinus. Thomas en Calvijn, Plato en Spinoza, Dante en Dostojewsky. In de tegenwoordige crisis, met haar eis van ‘eine Revision der Grundbegriffe’ (Heidegger), waarbij naar de primaire levenswerkelijkheid wordt teruggegrepen, van het bewustzijn tot het zijn, van het subject tot het object, neemt de theologie op hare wijze aan de beweging deel. Zij wil theologie zijn, zich niet beperken tot het psychologische, historische, anthropologische, maar zich richten naar en volgens God. Noordmans heeft op zijn wijze aan deze zwenking deelgenomen, wel in aanraking met de Zwitserse theologie, maar tegelijk op oorspronkelijke, Nederlandse wijze, in verband met de theologie en het geestelijk leven ten onzent. Zijn bundel Geestelijke Perspectieven getuigt hiervan. Ook zijn studie over Augustinus en laatstelijk zijn Herschepping. Hij doet dit op zijne wijze: sprongsgewijze, hartstochtelijk, meer in de vorm van flitsende artikelen, dan van een effen standaardwerk. Hij heeft bezieling gewekt voor de theologie bij jongeren en ouderen. Zonder een school te vormen is hij een geestelijk leider, de docent van velen vóór hij de Venia docendi in de vorm van de doctorstitel ontvangt. Zulke dragers der wetenschap ook buiten het universitaire verband zijn van onschatbare waarde. Daarom stelt de universiteit van Groningen er een eer in zijn wetenschappelijke verdiensten te huldigen. Zulk een hulde schept niet iets, wat niet was; zij erkent slechts wat is. Maar deze erkenning heeft waarde. Zo moge deze doctorale waardigheid een prikkel vormen tot voortgezette wetenschappelijken arbeid, waarbij de eer van haar te ontvangen slechts geëvenaard wordt door de eer van haar te verlenen.’ Het Nieuwsblad van het Noorden citeerde (17.10.1935) W.J. Aalders: ‘Elke stof zoekt vorm. Edel goud wil gemunt worden. Daarom acht ik het een voorrecht, dat wij uw wetenschappelijke verdiensten op deze wijze kunnen erkennen. Deze hulde schept niet, wat niet is, maar erkent wat is.’ De dankrede van ON is opgenomen in VW 4, 13-17.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 537. H. de Vos aan O. Noordmans7. Laren539. G. Brom aan O. Noordmans →